Seminar van de Europese Federatie van het Overheidspersoneel over
"Levenslange vorming, een voorwaarde voor kwaliteit in de openbare dienst",
7-9 Februari 2002 in Denemarken

Eén van de belangrijkste conclusies van het Eurofedop seminar "Gevolgen van nieuwe technologieën voor tewerkstelling in de openbare dienst" was dat levenslang leren een absolute voorwaarde is voor implementatie van ICT en een mogelijkheid biedt om de digitale kloof in onze maatschappij te dichten. Bij wijze van vervolg op deze bijeenkomst, die in het begin van 2001 plaatsvond, kondigt Eurofedop hierbij een seminar aan met als titel "Levenslange vorming, een voorwaarde voor kwaliteit in de openbare dienst".
In Maart 2000 bevestigde de Europese Raad van Lissabon dat het Kennistijdperk ook in Europa onherroepelijk is begonnen, met al de gevolgen die dit zal hebben voor het culturele, economische en sociale leven. Europa wil de meest competitieve en dynamische kennis-economie ter wereld worden, in staat tot continue economische groei met meer en vooral betere banen en een grotere sociale cohesie.
De conclusies van de Europese Raad van Lissabon bevestigen dat levenslang leren noodzakelijk is voor een succesvolle overgang naar een kennis-economie en een kennis-maatschappij. In het kader van de Europese Werkgelegenheidsstrategie hebben de Commissie en de Lidstaten levenslang leren gedefinieerd als: alle continue en zinvolle leeractiviteiten die als doel hebben de algemene ontwikkeling, kennis en vaardigheden te doen toenemen.
Volgens het jongste wereldwerkgelegenheids- rapport van het ILO is levenslang leren in het digitale tijdperk een fundamentele reden van werkzekerheid en employability geworden. In dit seminar wil Eurofedop de Europese initiatieven, met betrekking tot levenslang leren in de context van de openbare dienst, toelichten. Aangezien de openbare dienst een specifieke organisatie, rol en functie vervult in de hedendaagse maatschappij heeft levenslang leren in de publieke sector ook een specifiek kader. Vragen waarop we antwoorden zullen moeten formuleren zijn, onder andere: Wie is verantwoordelijk voor levenslang leren? Wanneer en hoe moet vorming en opleiding plaatsvinden? Wat is de rol van de individuele werknemer in zijn of haar vorming? Welke opleiding is er nodig in verband met de implementatie van nieuwe technologieën? Welke mogelijkheden bieden deze technologieën voor levenslang leren (bijvoorbeeld eLearning)?