Aan de vooravond van de laatste beslissingen binnen het Europees
Parlement en de Europese Commissie omtrent de Europese postrichtlijn, voert
Eurofedop actie in Maastricht.
Eurofedop maakt zich ernstige zorgen om de positie van de werknemers in de
postsector na de geplande volledige vrijmaking van de postmarkt. De arbeidsvoorwaarden,
eerlijke concurrentie en de universele dienstverlening komen op de tocht
te staan.

Met het oog op de discussies en de stemming binnen het Europees Parlement
én de post actie op 6 juni, verkondigde Eurofedop opnieuw haar standpunten
en overhandigde op 1 juni een eisenbundel aan Dhr. Mathieu Grosch, Europarlementariër.
Tijdens de Europese conferentie, geinitieerd door de Nederlandse bond voor
personeel in de postsector BVPP, werd aan deelnemers de volgend stelling
voorgelegd: "De liberalisering in de postsector heeft tot nu toe alleen maar
verliezers opgeleverd?!" Dhr. Nieuwenhoven, directeur Sociale Zaken VNO NCW
(ondernemingsorganisatie) sprak zich zeer positief uit over de liberalisering.
"Baanzekerheid moet plaats maken voor werkzekerheid en er is helemaal geen
sprake van verliezers, de klant/consument gaat er immers op vooruit".
Dhr. Hessels, Tweede Kamerlid van het CDA (Christen-democraten) stelde zich kritisch tegenover de rol van de overheid in de discussie over arbeidsvoorwaarden. Dit overleg zou enkel tussen de werkgevers en de werknemers moeten plaatsvinden volgens Dhr. Hessels. Hiermee verschilt hij van mening met zijn Sociaal democratische collega's die vóór een rol van de overheid zijn als het gaat om de sociale component (minimum loon e.d). Ook het Nederlandse postbedrijf TNT is vertegenwoordigd. Dhr. Dietz spreekt in een levendige presentatie over de missie en de werking van TNT.

Vanzelfsprekend is ook hij het niet met de stelling eens. "De liberalisering leidt namelijk tot innovatie die de postmarkt uiteindelijk gezond houdt, monopolies zijn niet wenselijk", aldus Dhr. Dietz. Op de vraag hoeveel ontslagen de 'efficiency maatregelen'met zich meebrengen antwoordt Dhr. Dietz dat de discussie omtrent werkgelegenheid en arbeidsomstandigheden een zeer ingewikkelde en gevoelige discussie is. Na de verschillende presentaties ontstaat een interessante discussie tussen de panelleden en de afgevaardigden van de bonden. Het wordt wederom duidelijk dat voor de sprekers de klant het middelpunt is en voor de bonden het personeel. Ook maken de bonden duidelijk dat er geen blinde tegenstand tegen liberalisering bestaat, men is zich er zeer van bewust van dat de wereld verandert. Willi Russ, voorzitter DPVKOM Duitsland, vat het samen: "Concurrentie ja, maar niet over de rug van de werknemer".
Tot slot spreekt Dhr. Grosch in zijn functie als Europarlementariër en lid van de commissie Transport en Toerisme. Hij legt uit dat het Europees Parlement de tanden heeft laten zien tijdens het debat over de dienstenrichtlijn. Dit is ook het geval geweest in de discussie over de postrichtlijn; het Parlement slikt niet zomaar alles wat de Europese Commissie voorstelt.
Verdere ontwikkelingen
Op 4 juni vond een debat plaats in de Transport commissie van het Europees
Parlement. Een verslag hiervan vindt u in de bijlage.
Op 18 juni stemt de Transport commissie over het rapport. In juli zal het
rapport besproken worden in de plenaire zitting in Straatsburg.
NB: Deze data zijn onder voorbehoud. Er zijn 600 amendementen ingediend bij
het rapport, de procedure kan dus vrij gemakkelijk vertraging oplopen.


Op 4 mei vond het Forum voor een democratische, sociaal en
solidair Europa plaats in het Europees Parlement te Brussel. Deze bijeenkomst
was een initiatief van sociale organisaties van Christelijke werknemers namelijk
Solidarnosc (Polen), ACW/MOC (België), Cartel Alfa (Roemenië) en ACLI (Italië).
Op voorhand was een tekst opgesteld door de partners, een zogenaamd manifest
waarin de problematiek rondom het sociaal- en tewerkstellingsbeleid in Europa
besproken werd. Deze tekst vormde de basis van de bijeenkomst. Reacties kwamen
van An Hermans, voormalig Europarlementslid, Emilio Gabaglio voormalig secretaris
generaal van ETUC en Willy Thys, voormalig voorzitter van het recent opgeheven
Wereld Verbond van Arbeid (WVA). An Hermans sprak zich kritisch uit over
het manifest omdat deze de crisis wel goed analyseert maar geen alternatieven
naar voren brengt. Zij vertelde ook dat zij in de loop der jaren het Europese
middenveld heeft zien groeien maar benadrukte nogmaals dat het structureel
een gezicht geven aan diegene die je als organisatie vertegenwoordigt zeer
belangrijk is. Eurofedop heeft ook veel gewerkt met An Hermans, zij is in
haar functie als Europarlementslid regelmatig aanwezig geweest op de Beroepsraden.
Op 5 mei zette de vergadering zicht voort in het ACW kantoor in Brussel. De partners presenteerden hun organisaties en stelden voor verdere stappen te ondernemen richting een nieuwe organisatie/secretariaat. Een echte discussie hieromtrent kwam niet op gang. Misschien had men deze discussie moeten voeren voor men besliste om het WVA te fuseren met het IVVV.
Op 21 en 22.03.2007 vond in Timisoara een internationaal seminarie plaats
onder het thema : "Water - het heden en de toekomst van Terra".
Het seminarie was een organisatie van de Federatie van Vakbonden van de Openbare
Dienst van Roemenië (F.S.L.I.G.C.S.P.) met de steun van "AQUATIM" - de watermaatschappij
van Timisoara - en de Vakbond voor personeel van de lokale besturen in "AQUATIM".
Het seminarie maakte deel uit van een project goedgekeurd en gefinancierd
door EUROFEDOP.
Vanuit België (Watermaatschappij TMVW van Gent) waren aanwezig : M. Peter
de Paepe en M. Walter de Meyer - vakbondsafgevaardigden - en M. Robert Boerjan
- Commercial Department Manager.
Van de kant van Roemenië waren aanwezig : M. Ilie Vlaicu - General Manager
-, Mevr. Rozalia Giuchici - Finance Manager -, Mej. Adriana Anghelus - Development
Manager -, M. Stefan Gogosan - Voorzitter van Cartel Alfa's filiaal in het
district Timiº -, M. Constantin Dobosan - Voorzitter van de plaatselijke
vakbond in "AQUATIM" - alsook andere vakbondsmilitanten van "AQUATIM", in
totaal 25 personen. Ter gelegenheid van de "Wereldwaterdag" bracht de TMVW-delegatie
een bezoek aan AQUATIM, de drinkwatermaatschappij die verantwoordelijk is
voor de hele watervoorzieningscyclus in Timisoara.
De eerste dag begon met een bezoek aan de belangrijkste installaties van
de watermaatschappij, waarbij de Belgische gasten heel wat interessante dingen
vernamen over de geschiedenis van "AQUATIM" en de investeringen die gedaan
worden om de watervoorziening in het district Timiº te verbeteren.
De volgende dag gaven beide delegaties een voorstelling van hun watermaatschappij
: de werking, de strategie op middellange en lange termijn, alles wat de
waterkwaliteit ten voordele van de burgers kan verbeteren.
Uit de uiteenzetting van beide vakbonden - de Belgische en de Roemeense -
bleek dat beide van mening zijn dat een concrete sociale dialoog de beste
manier is om oplossingen te vinden om een crisisperiode te overbruggen en
binnen de onderneming een stabiele leef- en werkwereld te creëren.
Na het debat was iedereen het erover eens dat zowel de werkgevers als de
vakbonden uit de waterproductie- en waterverdelingssector naar oplossingen
moeten zoeken om de waterkwaliteit te verhogen, want water zal in de nabije
toekomst de grootste rijkdom van de planeet worden.
Wat het seminarie vooral heeft bijgebracht, is dat een contact tot stand
werd gebracht tussen Roemeense werkgevers en vakbondsorganisaties en hun
collega's uit een ander Europees land die bereid waren bijstand en steun
te verlenen aan de ontwikkeling van goed functionerende organisaties in deze
sector in Roemenië.
Het doel van dergelijke ontmoetingen is eveneens bilaterale uitwisselingen
tussen Europese werkgevers- en werknemersorganisaties mogelijk te maken opdat
een betere sociale dialoog tot stand zou kunnen worden gebracht.
Ion Mihala
Secretaris-Generaal
Situering
Timisoara bevindt zich in het bekkengebied van de Donau. Zij is de 2de stad
van Roemenië. Roemenië is aangesloten bij de Europese Unie sedert 2007.
Van de 22 miljoen inwoners zijn er 15,5 miljoen inwoners die aangesloten
zijn op het drinkwaternet. Slechts 11,5 inwoners zijn aangesloten op een
rioleringsstelsel.
Het land beschikt over ongeveer 42.000 km drinkwaterleiding en heeft een
rioleringsnet van circa 17.000 km. 54% van de bevolking kan van beide netwerken
genieten. 16% van de bevolking heeft enkel toegang tot drinkwater en 30%
heeft noch toegang tot drinkwater noch de mogelijkheid om aan te sluiten
op een afvoerstelsel en/of zuiveringsinstallatie.
Een fenomeen dat ook aan de westerse zijde van Europa een feit is, is de
daling van de drinkwaterconsumptie. Na een gestage groei tot in 1999, daalt
vanaf 1999 het verbruik constant.

De drinkwatersector wordt voor 65% (? 357,5 mln.) gefinancierd door eigen middelen (drinkwaterprijs). 20% (? 110 mln.) komt van internationale instanties zoals de Europese Unie, 5% (? 27,5 mln.) van subsidies vanuit de eigen openbare besturen en 10% (? 55 mln.) komt door allerhande financieringsmiddelen.
Na
een uiterst informatieve vergadering met Servische vakbondsvertegenwoordigers
op 29 maart had de Secretaris-Generaal van Eurofedop, Bert Van Caelenberg,
een gesprek met Dragan Kovacevic, de Chief Executive Officer van de openbare
onderneming PT Communications Srbija.
In het hart van Belgrado bevindt zich het museum voor Post en Telecom. Het
is daar dat Bert Van Caelenberg samen met andere plaatselijke vakbondsvertegenwoordigers
voor Post en Telecommunicatie een ontmoeting had met M. Kovacevic.
De discussie handelde over de gevolgen van de liberalisering voor de arbeidsvoorwaarden
van het personeel in de sector. Alle deelnemers aan het gesprek waren het
erover eens dat de Universele Dienst te allen tijde verzekerd moet worden.
Na het gesprek vond een geleid bezoek aan het museum plaats.
De tentoonstelling was een zeer duidelijke illustratie van de geschiedenis
van Post en Telecom van dit land.

Eurofedop was één van de stichtende leden van Health First Europe (HFE), een verbond van patiënten, gezondheidszorgwerkers, academici en bedrijven. Eind 2006 lanceerde HFE een onderzoek naar de toekomst van de gezondheidsdiensten in Europa. Een publicatie werd uitgegeven, en toegestuurd aan de beleidsmakers en belanghebbenden op het gebied van de gezondheidsdiensten in Europa. Eurofedop is in het bijzonder verheugd over de aandacht die in het Overzicht wordt besteed aan de rol van de werknemers in de gezondheidsdiensten. In dit verband waren de belangrijkste bevindingen dat :
- de grensoverschrijdende erkenning van beroepsbekwaamheden volgens 92
% van alle respondenten moet worden verbeterd en dat
- er nood is aan betere en veiligere arbeidsvoorwaarden volgens 75 % van
alle respondenten.
Het rapport onderstreept dat gezondheidszorgwerkers de ruggengraat vormen van het gezondheidssysteem. Het personeel van gezondheidsdiensten wordt thans echter geconfronteerd met grote uitdagingen en sommigen verklaren dat het imago van de gezondheidszorgsector als werkgever in sommige lidstaten van de EU aan een grondige verbetering toe is.
Algemeen toont het onderzoek aan dat de opvatting over de verlening van gezondheidsdiensten in Europa geëvolueerd is. Nog niet zo lang geleden was het ondenkbaar te spreken over de convergentie van gezondheidszorgsystemen op Europees niveau. Dit is echter veranderd; 41 % van de respondenten verklaren bijvoorbeeld dat zij de oprichting van een eenvormig gezondheidszorgsysteem in Europa op de lange termijn ondersteunen.
Op
25 maart 2007 viert de Europese Unie de verjaardag van het Verdrag van Rome,
dat in 1957 ondertekend werd.
Eurofedop viert mee en verheugt zich bij deze gelegenheid dat Europa meer is dan enkel een gemeenschappelijke economische ruimte. De EU functioneert met name ook op basis van een sociaal kader dat is opgebouwd uit gemeenschappelijke waarden en dat verschilt van de systemen in de meeste landen buiten Europa. Dit kader is nauw verbonden met het proces van de Europese integratie. Het zijn de mensen van Europa, met hun verschillende intellectuele en politieke achtergrond, die bijdragen tot de vorming van dit Europese sociale model !
In de komende maanden zullen overal in Europa vieringen plaatsvinden.
Het Duitse voorzitterschap levert commentaar bij de viering van deze 50ste
verjaardag op de website http://www.eu2007.de/en/The_Council_Presidency/treaties_of_rome/index.html#march
Tijdens
de Europese Raad van 2006 onderschreven de Europese leiders de idee om in
het kader van 'Een agenda voor de burgers' een onderzoek te doen bij de
Europese burgers om 'een inventarisatie te maken van de maatschappelijke
realiteit'. De burgers van Europa leven in een maatschappij die voortdurend
onderhevig is aan veranderingen. Nieuwe uitdagingen vloeien voort uit dramatische
veranderingen met betrekking tot de aard van het werk, het gezinsleven,
de plaats van de vrouw, demografische tendensen en de (toenemende) mobiliteit
van mensen. Eind 2006 werd een Eurobarometer-enquete uitgevoerd en in februari
lanceerde de Commissie een openbare raadpleging over de vraag : "Is er een
nieuwe maatschappelijke realiteit in Europa ?" Het doel van deze openbare
raadpleging was na te gaan welke vandaag de dag de maatschappelijke realiteit
en trends zijn in de Europese samenleving.
Als we kijken naar de resultaten van het Eurobarometer-onderzoek met betrekking tot 'Werk' stellen wij vast dat de helft van de ondervraagden (26.755 in het totaal) verklaart aan het werk te zijn. Wanneer het op jobtevredenheid aankomt, verklaart 80 % te 'werken met mensen die zij graag hebben'. Evenwel, 68 % vindt zijn/haar werk saai en vervelend. Globaal gezien is de mate van jobtevredenheid in de EU relatief hoog. Deze tendens lijkt echter sterker te zijn in de Noord-Europese landen.
Wat stress en veiligheid en gezondheid op het werk betreft, verklaart 21 % van de ondervraagden in gevaarlijke en ongezonde omstandigheden te werken. 41 % vindt zijn/haar job te veeleisend en te stressvol. Het spreekt vanzelf dat gevaarlijke werkomstandigheden het meest voorkomen bij handarbeiders, terwijl managers en zelfstandigen het vaakst lijden onder stress.
Het Eurobarometer-onderzoek toont eveneens aan dat Europeanen zich zorgen maken over hun pensioen. Het enthousiasme om langer te blijven werken is eerder beperkt (slechts 22 %), terwijl de voorkeur wordt gegeven aan het behoud van de pensioenleeftijd en de verhoging van de socialezekerheidsbijdragen (32 %).
Meer informatie over het document van de openbare raadpleging vindt U op de website http://ec.europa.eu/citizens_agenda/social_reality_stocktaking/index_en.htm.
De Europese Federatie van het Overheidspersoneel groepeert
52 christelijke en andere democratische vakbonden uit 23 Europese landen,
waaronder landen die recent lid van de EU zijn geworden alsook landen die
in de toekomst mogelijk nog lid zullen worden. Ons werkterrein is de openbare
dienst in de ruimst mogelijke zin en dit omvat dus ook de gezondheidsdiensten.
1. In het algemeen
Zowel het Finse als het Duitse voorzitterschap hechten een groot belang aan
de ontwikkelingen in de gezondheidszorgsector en hebben dit onderwerp daarom
voorop op de Europese agenda geplaatst. Ook al bestaan er nog verschillende
opvattingen over de manier waarop gezondheidssystemen georganiseerd moeten
worden, het is duidelijk dat de sector geleidelijk aan evolueert en dat,
naarmate het proces vordert, 'Europese' benaderingen meer in overweging worden
genomen. Dit betekent dat een mentaliteitsverandering zich reeds bij de Europese
burgers en bij diegenen die bij de sector betrokken zijn, heeft voltrokken;
tien jaar geleden was het ondenkbaar dat er een soort van 'Europese kaderregeling'
voor gezondheidsdiensten zou bestaan (gezondheidsdiensten werden nationaal
geregeld). Ook Eurofedop is er zich van bewust dat er nood is aan een grotere
samenwerking tussen de nationale gezondheidszorgsystemen. De trends wijzen
op een steeds grotere mobiliteit van patiënten en een steeds grotere interconnectie
van gezondheidssystemen. Het is duidelijk dat een coherent politiek antwoord
hierop geboden moet worden en gepaste structuren en goed functionerende informatiekanalen
in het leven moeten worden geroepen om iedereen die bij de gezondheidsdiensten
betrokken is (wij zouden zeggen, alle Europese burgers !) optimaal te informeren
en hen een antwoord op hun vragen te geven. Eurofedop verwelkomt bijgevolg
het initiatief van de Europese Commissie om speciale voorstellen met betrekking
tot de gezondheidsdiensten te formuleren en bij dit proces een brede waaier
van betrokkenen te raadplegen. Door uiting te geven aan onze ideeën en aanbevelingen
hopen wij een waardevolle bijdrage te leveren tot de uitwerking van toekomstige
plannen voor de gezondheidssystemen in Europa.
2. Grensoverschrijdende thema's
Eurofedop is eveneens van mening dat het van het grootste belang is dat 'de
Europese burgers duidelijkheid ... wordt geboden' wanneer zij van de ene lidstaat
naar een andere verhuizen. Burgers moeten geinformeerd worden over hun rechten
en over de wettelijke zaken waarmee zij in andere landen geconfronteerd zullen
worden. Het gebrek aan juiste informatie kan vele onnodige problemen veroorzaken
en in het bijzonder patiënten zouden hier niet mee geconfronteerd mogen worden.
Vanaf het ogenblik dat men mobiel wordt en de grens van een ander land overschrijdt,
beginnen verscheidene factoren en actoren een rol te spelen; gezondheidssystemen,
ziekenhuizen, verzekeringsmaatschappijen, terugbetalingsregelingen, taalbarrieres,
vervoer. Het bestaan van een harmonieuze relatie tussen al deze factoren
en actoren is van groot belang.
Hoewel wij willen onderstrepen dat het in de eerste plaats de patiënt is
voor wie een hoge kwaliteit van gezondheidsdiensten moet worden verzekerd,
is de aandacht van Eurofedop vooral gericht op hen die deze diensten leveren,
met name de gezondheidszorgwerkers. Het is duidelijk dat, naast het overschrijden
van de grenzen door patiënten, ook gezondheidszorgwerkers deze trend vertonen
en dat dit de structuur van Europa's gezondheidszorgsystemen eveneens ingrijpend
beinvloedt en bepaalt.
Grensoverschrijdende gezondheidszorg is niet gemakkelijk. Voordat een patiënt
daadwerkelijk van de voordelen van een behandeling in het buitenland kan
genieten - aangenomen dat deze voordelen bestaan -, moet hij heel wat administratieve
en financiële lasten overwinnen. Ook de samenwerking tussen de verleners
van gezondheidsdiensten ondervindt hierdoor heel wat moeilijkheden.
3. Diensten van algemeen belang
Steeds weer wensen wij te onderstrepen dat diensten die ons allen aanbelangen,
niet door marktregulering beheerst zouden mogen worden. In de afgelopen jaren
hebben wij uiting gegeven aan onze vrees dat de principes van toegankelijkheid
en gelijkheid voor allen bedreigd werden toen de gezondheidsdiensten in het
kader van de 'dienstenrichtlijn' besproken werden. Wij hebben ons sterk hiertegen
verzet en waren uiteindelijk blij vast te stellen dat de gezondheidsdiensten
uit het bereik van deze controversiële richtlijn werden gelaten.
Wij kunnen ons afvragen wat precies de bedoeling van dit consultatiedocument
is. Per slot van rekening is niet één Europese instelling werkelijk vragende
partij voor een diepgaande hervorming van de gezondheidszorgsystemen in Europa.
Dit is zo omdat iedereen begrijpt dat het beleid onderworpen is aan het subsidiariteitsbeginsel
en bijgevolg op het niveau van de Lidstaat beheerd en gereguleerd zou moeten
worden. Behalve onze waardering voor de juridische verduidelijking spreken
wij onze waardering ook uit voor de inspanningen die de Commissie wil doen
om klaarheid te scheppen in de gezamenlijke principes die kenmerkend zijn
voor de gezondheidszorgsystemen in Europa. Wij blijven echter waakzaam wanneer
het erop aankomt om een speciaal kader voor deze of andere (sociale) diensten
van algemeen belang in het leven te roepen. Nogmaals, wij zijn blij dat de
gezondheidsdiensten niet in de dienstenrichtlijn, zoals oorspronkelijk door
Commissaris Bolkestein bedoeld, werden opgenomen. Maar wij zullen niet aanvaarden
dat uiteindelijk toch een politiek kader in het leven wordt geroepen waardoor
de kwaliteit en toegankelijkheid van de gezondheidsdiensten in feite, 'via
een achterpoortje', zouden worden aangetast.
----
Noten
1 Ludwig Boltzmanninstituut voor de sociologie van gezondheid en geneeskunde en Instituut voor de sociologie, HUSO, Universiteit van Wenen : "Health of Healthcare workers" door Sonja Novak-Zezula.
2 Wereldgezondheidsorganisatie The World Health report. Working together for health (Geneva:2006), p. 1 "This report defines health workers to be all people engaged in actions whose primary intent is to enhance health.", http://www.who.int/whr/2006/whr06_en.pdf.
CEDER, de studiedienst van de Vlaamse christendemocratische
partij CD&V, organiseerde in het Europees Parlement een seminar in samenwerking
met de werkgroep Interne Markt van de EVP-ED. Het thema van het seminar,
dat voorgezeten werd door Europees Parlementslid Marianne Thyssen, was een
Europese eenheidsmarkt voor diensten na Bolkestein. We herinneren ons allemaal
de verhitte debatten over deze omstreden richtlijn. Vandaag, nu we enigszins
van dat debat bekomen zijn, moeten we de richtlijn en haar concrete implicaties
nog eens bekijken. Gezondheids- en andere sociale diensten vallen nu buiten
het toepassingsgebied van deze richtlijn. Toch is alles nog niet gezegd,
en zijn er zeker geen gemakkelijke terreinen voor een Europese regulering.
De heren Jean Bergevin (DG Interne Markt en Diensten, afdelingshoofd E2)
en Martin Frohn (DG Interne Markt en Diensten) zaten in het panel om het
standpunt van de Europese Commissie te verduidelijken. Er wordt vaak beweerd
dat de EU in termen van productiviteit bij de VS achterblijft, maar volgens
de heer Bergevin is dat betwistbaar. Duidelijk is echter dat het groeipeil
in de EU lager ligt. 'We moeten zorgen voor een goede interne dienstenmarkt,'
verklaarde hij. Dat is in Europa door de versplinterde markt echter moeilijker.
Het debat over een eenheidsmarkt voor diensten is uiterst complex: diensten
zijn ontastbaar en heterogeen. Hij verklaarde dat de Europese Commissie in
2007 een uitgebreide transparantierichtlijn voor diensten zou uitvaardigen
om over een beter reguleringsinstrument te beschikken. De heer Martin Frohn
beklemtoonde dat de wetgeving op diensten in de lidstaten een dynamisch proces
in het leven zou moeten roepen. De wijzigingen die op Europees vlak ingevoerd
worden, moeten naar het niveau van de lidstaten doorgetrokken worden en voortdurend
onder toezicht staan om hun compatibiliteit te waarborgen.
Binnen het Europees Parlement zijn twintig parlementaire
commissies opgericht, elk samengesteld uit 25 tot 78 Europese Parlementsleden.
Elke commissie heeft een voorzitter, bestuur en secretariaat, en vergadert
maandelijks of halfmaandelijks in Brussel tijdens de zogenoemde 'Commissieweek'.
De Parlementaire Commissie die zich met tewerkstelling en sociale zaken bezighoudt,
heet 'EMPL'. Haar taak bestaat in de opstelling, amendering en goedkeuring
van wetsvoorstellen. Bovendien schrijft ze op eigen initiatief verslagen.
Voor Eurofedop is het erg belangrijk om de ontwikkelingen in de Commissie
EMPL op de voet te volgen en binnen die Commissie contacten te onderhouden.
Op 24 januari nam Eurofedop deel aan de vergadering van de Europese Commissie EMPL. Op de agenda stonden o.a. de impact en gevolgen van de uitsluiting van de Gezondheidsdiensten van de 'Dienstenrichtlijn'. Europese Parlementsleden kregen de kans om van gedachten te wisselen over het ontwerp van standpunt van de Commissie EMPL. Het verslag over de toekomst van de gezondheidsdiensten is moeilijk omdat het een beleidsterrein betreft dat op het niveau van de lidstaten gereguleerd wordt. Niettemin is iedereen het erover eens dat we moeten streven naar betere voorwaarden en waarden om de situatie van de patiënten (en de werknemers!) te verbeteren.
Europees Parlementslid Milan Cabrnoch (EVP-ED-Fractie) onderstreepte het
belang van een betere regulering voor de grensoverschrijdende gezondheidszorg.
Hij betreurt dat de gezondheidsdiensten van het toepassingsgebied van de
Dienstenrichtlijn uitgesloten werden. De mobiliteit van patiënten en gezondheidsprofessionals
zorgt vaak voor heel wat financiële en administratieve moeilijkheden. Zijn
commentaar leidde tot kritische opmerkingen, vooral vanuit de PES-Fractie
en de Groenen. Europees Parlementslid Ria Oomen-Ruijten (EVP-ED-Fractie)
gaf echter eveneens uiting aan haar twijfels tijdens het debat over de in-
of uitsluiting van de gezondheidsdiensten in verband met de Dienstenrichtlijn.
Maar zij beklemtoonde het specifiek karakter van de gezondheidsdiensten en
riep in dit verband op tot nauwere samenwerking tussen de regio's.
De bij "Cartel-Alfa" aangesloten bonden kwamen samen in Boekarest. Zij werden
door de secretaris-generaal van Eurofedop, Bert Van Caelenberg, uitgenodigd
om samen hun intrede in de EU te vieren, en zich voor te bereiden op de
nog actievere samenwerking binnen Eurofedop.
Het congres van Eurofedop is daar o.a. de gelegenheid voor. Bonden van nieuwe
EU lidstaten zullen zich via een infostand voorstellen op het congres. Dit
zijn bonden uit de locale sector, politie, gezondheidsdiensten, ministeries
en justitie.


Op een seminarie, georganiseerd door ETÖK, het centrum voor arbeidsvragen
in Estland, en de EVVI, was de algemeen gehoorde mening dat het kleine land
Estland het op economisch vlak goed doet. Het land heeft een aanzienlijke
groei gekend en zijn innovatiebeleid is een succes.
De economie van het land blijft groeien. Het BNP nam in het derde kwartaal
van 2006 toe met 11,3 %. De werkloosheidsgraad nam de laatste jaren flink
af. Volgens de methodologie van de IAO bedroeg hij 14% in 2001 en 5,1% in
2006 (Bureau van de Statistiek van Estland http://www.stat.ee/183078). Er
bestaan natuurlijk verschillende manieren om de werkloosheidsgraad te meten
en te bepalen, en niet alle werklozen worden geregistreerd, maar we kunnen
besluiten dat het land een periode van groei kent, nu de economische herstructurering
een eindpunt heeft bereikt. Het is echter eveneens interessant te vermelden
dat verschillende generaties er een ietwat verschillende mening op nahielden.
Patrick Rang, lid van de Raad van ETÖK, gaf een enthousiaste uiteenzetting
over het economische succes van Estland en verklaarde dat de levensstandaard
er enorm is toegenomen. Alhoewel hij ook op de regionale verschillen wees
(Tallinn versus de plattelandsgebieden) en op de tendens bij werknemers van
sommige sectoren om het land te verlaten en naar andere delen van de EU te
verhuizen (vooral Finland), was hij over het algemeen zeer positief.
In reactie op deze uiteenzetting nuanceerde Henn Pärn, openbaar ombudsman,
de eerder gemaakte opmerkingen door te verklaren dat het land nog succesvoller
zou kunnen zijn dan het nu is. "Door altijd maar te herhalen hoe goed het
land het doet, kan je de maatschappij demoraliseren", aldus de heer Pärn.
Ondanks de economische groei zijn er nog heel wat dingen die helemaal niet
zo goed werken en sommige mensen ondervinden heel wat moeite om gelijke tred
te houden met de huidige veranderingen en de snelheid van de hervormingen.
Nieuwe trends in de arbeidspolitiek
Het seminarie behandelde het onderwerp van nieuwe trends in de arbeidspolitiek
door duidelijk het accent te leggen op de toestand in Estland. Mart Laar,
voormalig Eerste Minister en thans campagne voerende voor de nieuwe verkiezingen,
legde uit wat precies met deze nieuwe arbeidstrends bedoeld wordt. Hij beschreef
de toestand in Estland binnen de ruimere context van internationale trends
zoals de globalisering en de 'brain drain' van vandaag. In het debat over
de betekenis van 'flexicurity' onderstreepte hij dat het vooral van belang
is om het 'niveau van zekerheid' duidelijk te bepalen. Dit hangt samen met
verschillende factoren, en niet alleen het monetaire. Verder wees hij ook
op het belang om voor Estland een zeker "plan B" uit te werken. Met andere
woorden, nu het land het goed doet, moet het "de oogst binnenhalen" om zich
voor te bereiden op misschien niet zo gunstige tijden die zich kunnen voordoen,
aldus Mart Laar.
Andere sleutelsprekers waren Marko Pomerants, Parlementslid, voormalig Minister
van Sociale Zaken, Kadri Jäätma, vooraanstaand expert van het Bestuur van
de arbeidsmarkt van Estland, en Katri Targama, Eenheidshoofd van de Stichting
levenslang leren en ontwikkeling van de human resources.
"Vakbonden moeten vooropgaan in de sociale dialoog"
Teneinde de deelnemers een Europees perspectief te bieden, waren drie sprekers
uitgenodigd. In de eerste plaats gaf Femke Beumer uitleg bij de werking van
de Europese Federatie van het Overheidspersoneel (EUROFEDOP), gevestigd in
Brussel. Deze federatie groepeert meer dan 50 vakbonden actief in de vertegenwoordiging
van de belangen van werknemers in overheidsdienst. De activiteiten van de
organisatie omvatten, naast het volgen van de Europese trends op het gebied
van de arbeidspolitiek, de informatie van haar leden over de jongste ontwikkelingen
en de wetgeving die op nationaal vlak moet worden toegepast.
Een uiteenzetting over de Europese Sociale Dialoog werd gegeven door Kristien Van der Gucht, van de Belgische vakbond ACV. "In landen waar er vakbondsvertegenwoordiging is, kunnen werkgevers gemakkelijker bewust worden gemaakt van sociale en milieunormen. Sociaal overleg heeft zeker een gunstig effect, zowel voor de klanten als de werkgevers en de werknemers", zo verklaarde zij. Zij pleitte voor een betere investering in het grootste kapitaal dat er is : het menselijke kapitaal.
Ten slotte hield Steve Gillan van de POA, een vakbond die gevangenbewaarders (en ander gevangenispersoneel) in het VK vertegenwoordigt, een aangrijpende uiteenzetting over de vrijheid van vakbonden in het VK. Verwijzend naar de strijd die deze vakbond reeds sedert jaren voert om het recht op staking te bekomen, en die uiteindelijk tot een rechtszaak tegen deze vakbond zou leiden, was Steve Gillan zeer kritisch over de vakbondswetgeving in het VK. Wat flexibiliteit betreft, is het duidelijk volgens hem : dit betekent in wezen dat de werknemer doet zoals de werkgever wenst. Sociaal partnerschap is absoluut vereist en dient tripartiet te zijn. De akkoorden die in Europa werden gesloten in verband met ouderschapsverlof voor moeders en vaders en levenslang leren zijn voorbeelden van stappen in de goede richting. Organisaties zoals Eurofedop bieden de mogelijkheid aan landen zoals Estland en het VK om van elkaar te leren. In deze tijden van algemeen voorkomende privatisering van (sociale) diensten, is het belangrijk één front te vormen en onze stem te laten horen.

Mart Laar, Anne Taklaja
Sociaal partnerschap in Estland
In de tijden van de Sovjet-Unie waren er geen echte werknemersorganisaties.
Nadat het land onafhankelijk werd, begonnen er vakbonden te komen, maar zij
hadden steeds grote moeite om hun eigen regels en structuren te vinden. De
werkgevers van hun kant trachtten hun eigen rechten te beschermen en de rol
van de regering was niet duidelijk. Anne Taklaya stelde dat de mensen vandaag
nog steeds een beetje bang zijn om zich bij een vakbond aan te sluiten. Henn
Pärn voegde hieraan toe dat vakbonden moeten nadenken over :
1.de samenwerking tussen 3 partners,
2.nieuwe structuren en
3.de financiële middelen.
Hij zei echter eveneens dat de hervorming van een oud systeem veel meer moeite
kost dan het opstarten van iets nieuws. Hij besloot : "De Staat alleen zal
er niet voor zorgen; werknemers en werkgevers moeten het samen doen".
Op 14, 15 en 16 december vond een seminar van de Roemeense vakbond voor Politie en Contractueel Personeel (SNPPC) plaats. Met experten uit Europa en de directie politie van Roemenië werd gedebatteerd over hoe de communicatie tussen werkgevers en werknemers in de politie sector beter kan verlopen in Roemenië. Een ander onderwerp was de politie en haar rol in het bewaken van de Europese buitengrenzen. Bert Van Caelenberg sprak over het Acquis Communautaire en de praktische werking in de nieuwe EU lidstaten.

Een afgevaardigde van de permanente vertegenwoordiging van Roemenië in
Brussel sprak over de resultaten van de onderhandelingen op het gebied van
justitie en veiligheid. Professor Pavel Abraham; voorzitter van het National
Anti Drug Agency te Roemenië hield een pleidooi om het overleg tussen werkgevers
en werknemers bij de politie officieel te maken. Hij kon ter plaatse rekenen
op de steun van de collega's van ACP (Nederland), Evert Terpstra en Jan
van den Houten.
Bij de planning voor 2007 zal rekening gehouden worden met de aanbevelingen van de deelnemers. Deze wensen bijkomende thema's als (1) hoe te onderhandelen, (2) hoe de sociale dialoog kan bijdragen aan de sociale vooruitgang, (3) conflict management en (4) ethisch handelen. Het uitwerken van een campagne die het imago van het politiekorps en haar werknemers verbetert, is ook noodzakelijk in Roemenië.

Het comité van Europese sociale dialoog voor de lokale en regionale besturen
kwam op 29 november laatstleden bijeen in Brussel. Voor Eurofedop waren Kristien
Van der Gucht (België), Alzbeta Broszova (Slovakije) en Alain Mazeau (Frankrijk)
aanwezig.
De notulen van de jongste zitting (31.01.2006) en van de werkgroepen werden
goedgekeurd.
Gemeenschappelijke verklaring
Een gemeenschappelijke verklaring van CEMR en EPSU over de sociale dialoog
werd tijdens de vergadering besproken. Alhoewel het om een duidelijke verklaring
ging, bleken er heel wat moeilijkheden te bestaan om de verklaring individueel
voor ieder land toe te passen. Er was verwarring over de concrete betekenis
van de tekst.
Groenboek over het Arbeidsrecht
Paul Cullen van de Eenheid Arbeidsrecht, DG EMPL, Europese Commissie, hield
een uiteenzetting over de modernisering van het arbeidsrecht. Hij gaf de
aanwezigen informatie over recente en komende activiteiten van de Europese
Commissie en beschreef de inhoud van het Groenboek over het Arbeidsrecht.
Het debat over 'flexicurity' en 'de combinatie van werk en gezinsleven' in
de lokale besturen moet in de toekomst nog intenser worden gevoerd.
De voorzitter stelde voor om afzonderlijke zittingen van werkgevers en werknemers
te houden en daarna samen te vergaderen. De werkgevers verklaarden dat er
niet te veel wetgeving vanuit Europa hoefde te komen, want de situatie verschilt
grondig van lidstaat tot lidstaat. De werkgevers uit de noordse landen (Denemarken,
Finland en Noorwegen) aanvaardden dat er in beperkte mate acties vanuit Europa
kunnen komen, maar gaven toe ervoor te vrezen dat de normen steeds verder
zullen verhogen, totdat de hoogste norm zal zijn bereikt. De werkgevers reageerden
positief op de aanpassing van de arbeidstijd.
Een probleem dat in de sector van de lokale besturen over heel Europa voorkomt,
is dat van de voordelige situatie van contractuele werknemers tegenover statutaire
werknemers. De vraag is hoe wij dit kunnen voorkomen en hoe wij voor een
statutaire arbeidsregeling kunnen pleiten.
Bovendien werd opgemerkt dat er zeer weinig over de werknemers van openbare
diensten in het groenboek gesproken wordt. In de jongste versie is er wel
sprake van collectieve arbeidsovereenkomsten, maar ook niet meer dan dat.
Conclusie werkgroepen
Het Groenboek is een goed uitgangspunt, maar bij het uiteindelijke resultaat
worden vragen gesteld. Het probleem is dat er in de nabije toekomst beslissingen
moeten worden genomen, maar zowel de werkgevers als de werknemers geven aan
meer tijd nodig te hebben. Wat er ook van zij, iedereen is pro-groenboek,
want Europa heeft nood aan een stem om op de ontwikkelingen in de rest van
de wereld (China, USA, enz.) een antwoord te kunnen bieden.
Conclusies
Werknemers en werkgevers zullen trachten een akkoord te bereiken over de toepassing
van het groenboek in de sector van de lokale besturen. Dit moet een gezamenlijke
verklaring worden, want dan is de impact groter en is ook de feitelijke toepassing
waarschijnlijker.
De leden worden aangemoedigd om het groenboek door te nemen. EPSU verwacht
een antwoord van al haar organisaties. Eurofedop kan tijdens haar beroepsraad
van 01.03.2007 (voor de plenaire zitting van 27.04.2007) het groenboek bespreken.
In februari komt het dagelijks bestuur (vanuit EPSU ?) bijeen en zal een speciale
werkgroep over dit onderwerp worden opgericht.
Data in 2007
Gendergelijkheid, werkgroep 6 februari.
Plenaire zitting, 27 april.
Gezamenlijke studie, 30 mei.
Groenboek, 1-2 maart.