Op 22 november organiseerde Eurofedop een Werkontbijt in het Europees Parlement.
Secretaris-Generaal Bert Van Caelenberg gaf uitleg bij het doel van deze
bijeenkomst : bewustmaking en het starten van acties met betrekking tot het
thema van de migratie van gezondheidszorgwerkers in Europa. Het werkontbijt
was een gezamenlijk initiatief van HOPE, de Europese Federatie van Ziekenhuizen
en Gezondheidszorg, en Eurofedop, en werd bijgewoond door zowat 15 Europarlementsleden.
Onder de aanwezige parlementsleden vermelden wij : Adamos Adamou (Cyprus),
Milan Cabrnoch (Tsjechische Republiek), Othmar Karas (Oostenrijk), Miroslav
Mikolásik (Slovakije), Hubert Pirker (Oostenrijk), László Surján
(Hongarije), Jaroslav Zverina (Tsjechische Republiek), Paul Rübig (Oostenrijk),
Jean Lambert (UK) en Reinhardt Rack (Oostenrijk).
De Europese Commissie was ook vertegenwoordigd. Daniel Mann van het DG SANCO
gaf een kort overzicht van de situatie met betrekking tot migrerende gezondheidszorgwerknemers
in Europa.
Twee gezondheidszorgwerknemers waren aanwezig en gaven toelichting bij de
problemen waarmee hun land geconfronteerd wordt. M. Jevgenijs Kalejs, een
dokter uit Letland, verklaarde dat Letse gezondheidszorgwerknemers vooral
migreren naar het VK en dit voornamelijk om economische redenen (bijv. een
hoger inkomen). Mevr. Jolante Toliusiene, een verpleegster uit Litouwen,
zei dat de meeste werknemers in haar thuisland weliswaar in ziekenhuizen
werken, maar dat er bij (te) veel gezondheidszorgwerknemers een sterke economische
drijfveer bestaat om hun land te verlaten en elders (EU-15, Noorwegen, VS)
een hoger salaris te verdienen.
Deze twee voorbeelden waren een duidelijke illustratie van de problemen die
in een groot deel van de gebieden van Centraal- en Zuid-(Oost-)Europa, de
nieuwe lidstaten van de EU, voorkomen. Tijdens de discussie werd deze spanning
tussen het grondprincipe van de ‘vrijheid van beweging’ en migratiestromen
vanuit de onlangs toegetreden lidstaten naar landen van de EU-15 verder benadrukt.

Adamos Adamou, Europarlementslid uit Cyprus
Irena Belohorská, Europarlementslid afkomstig uit Slovakije, stelde
dat dit probleem geheel een kwestie is van geld. In andere sectoren, waar
de salarissen hoger zijn en de pensioensystemen meer zekerheid verschaffen,
is de exodus veel minder zichtbaar. Mevr. Belohorská onderstreepte
dat het bieden van een antwoord op dit (economisch) probleem een taak is
voor de politici.

Luc
Van Roye, VOV (Vereniging Openbare Verzorgingsinstellingen, B);
Irena Belohorská, Europarlementslid;
Miroslav Mikolásik, Europarlementslid.

László Surján,
Hongaars Europarlementslid
Laszlo Surjan, Hongaars Europarlementslid, merkte op dat de intentie van
werknemers om naar de landen van de EU-15 te verhuizen, toeneemt.
Het gevaar bestaat dat sommige afdelingen daardoor moeten sluiten. In feite
is dit reeds aan het gebeuren. M. Surján verklaarde eveneens dat regeringen
zeker een rol te spelen hebben, maar dat zij de salarissen in de gezondheidszorgsector
niet zomaar kunnen verhogen, terwijl zij anderen (politie, leger, onderwijzers)
geen salarisverhoging zouden toestaan.
Wat de spanning tussen de vrijheid van beweging en het probleem van de migratie
betreft, benadrukte M. Surján dat de negatieve gevolgen van de mobiliteit
beheerd moeten worden.
Adamos Adamou, Europarlementslid uit Cyprus, wees op het feit dat de “EU” vaak
op de proppen komt met richtlijnen, kaders en beleidslijnen, maar de vraag
is, wat te doen wanneer er problemen opduiken ?
Vermits problemen van gezondheidszorg typisch een zaak zijn voor het nationaal
beleid, moeten zij ook op het niveau van de Lidstaat aangepakt worden.
De EU is “onschuldig” in dit soort van situaties. Het is ook
belangrijk voor ogen te houden dat het probleem twee gezichten heeft : dat
van de EU-15 en dat van de nieuwe lidstaten.
Prof. Brian Edwards (Voorzitter van HOPE) stelde ten slotte dat wij nog
niet precies weten wat de ernst van het probleem is. Het gebrek aan statistische
gegevens en de onzekerheid in verband met de toekomst (spreken wij hier over
circulaire of permanente migratie ?) maken het bijzonder moeilijk om dit
probleem te behandelen. Prof. Edwards vroeg de steun van de Europarlementsleden
om dit probleem duidelijker in het daglicht te stellen en een (gezamenlijke)
hoorzitting in het Europees Parlement te organiseren, waar verdere acties
vastgelegd kunnen worden.
- In follow-up op deze ontbijtvergadering zullen Eurofedop en Hope een document
publiceren, waarin beide organisaties hun standpunt over dit probleem uiteenzetten,
en zich schriftelijk tot de Europarlementsleden richten, die op 22/11 in
Brussel hun zorg met ons deelden, met het verzoek steun te verlenen.
- Lobby/acties met betrekking tot dit thema zullen door het personeel van
zowel Eurofedop als Hope gecoördineerd worden. De lobby zou uiteindelijk
tot een hoorzitting in het Europees Parlement moeten leiden.
De Eurofedop-leden zullen op een regelmatige basis over de laatste ontwikkelingen bericht worden.
Van
09 tot 12 oktober organiseerde de Europese Commissie (DG Regio) en het Comité van
de Regio’s de 4de editie van de ‘Open Days’, een week volledig
gewijd aan de ontwikkeling, de innovatie, het concurrentievermogen en de
duurzaamheid van de regio’s in Europa. Deelnemers vanuit meer dan 135
regio’s in Europa waren uitgenodigd en namen deel aan seminaries en
workshops verspreid over de hele stad Brussel. Eurofedop woonde een seminarie
bij over Openbare/Particuliere Partnerschappen (OPP’s) in de regio’s.
De Europese Commissaris belast met het Regionaal Beleid, Mevr. Danuta Hübner,
hield een toespraak waarin zij wees op de complexiteit van partnerschappen
tussen spelers van openbare en privé-sectoren. Zij verklaarde dat
de openbare sector niet de capaciteit heeft om grootschalige projecten uit
te voeren : “Eerlijk en vrank gezegd, denken wij niet het te zullen
halen zonder de inbreng van privé-kapitaal”.
Andere sprekers
op de bijeenkomst waren M. Maxime Bureau van General Electrics, M. Olivier
Debande van de Europese Investeringsbank en ten slotte M. Jan Olbrycht, Europarlemenslid,
die het seminarie voorzat. Hoewel sommige deelnemers het onderwerp meer vanuit
het openbare standpunt trachtten te benaderen, en de nadruk legden op de
kwaliteit van diensten die door de overheid werden geleverd, ging de aandacht
haast vanzelfsprekend in de eerste plaats uit naar de bedrijven en de grote
investeerders. Voorbeelden werden gegeven van geslaagde openbaar/privé-partnerschappen,
zoals de verlichting van steden of ziekenhuizen, of de veiligheid in gevangenissen.
Alle sprekers waren het erover eens dat OPP’s die gepaard gaan met
bijkomende EU-steun, nog moeilijker uit te voeren zijn dan diegene die het
zonder deze steun moeten doen..
De idee van OPP’s is dat de openbare en privé-sector samenwerken. De openbare sector zorgt voor de infrastructuur, terwijl de privésector de financiering verzekert. In ideale omstandigheden zou een dergelijke regeling zowel aan de bedrijven, de regering en de gebruikers ten goede komen ! Het is echter duidelijk dat we kritisch moeten blijven en altijd onze aandacht gericht houden op de kwaliteit van de geleverde diensten, alsook op de dienstverleners en hun arbeidsomstandigheden.
Is uw regio aangesloten ?
Een tweede seminarie ging over de vraag in welke mate regio’s ‘aangesloten’ zijn. ‘Is
uw regio aangesloten bij de Informatiemaatschappij ?’ was de belangrijkste
vraag die sprekers vanuit verschillende achtergronden en interessesferen
ons trachtten toe te lichten. Verantwoordelijken van Microsoft, Hewlett Packard
en Intel toonden aan hoe zij met het oog op het aansluiten van steden en
regio’s met dezen hadden samengewerkt. Een steeds betere aansluiting
van regio’s bij de informatiemaatschappij is van belang voor het overbruggen
van de digitale kloof en de realisatie van meer economische en sociale welvaart
in Europa. E-government is een onderwerp waar Eurofedop veel aandacht aan
besteedt. Wij moeten de voordelen die e-government kan aanbrengen, erkennen
en aanvaarden dat onze samenleving verandert en ICT een grotere rol dan ooit
tevoren speelt. Als organisatie die ook de werknemers van lokale en regionale
besturen vertegenwoordigt, moeten wij ervoor zorgen dat deze groep de kans
krijgt om zich op een waardige manier aan deze veranderingen aan te passen
en alle werknemers de nodige vorming, opleiding en steun mogen ontvangen.
Op
14 november vond in Hotel Bedford, Brussel, het Liaison Forum plaats. Jackie
Morin, Hoofd van de Eenheid Sociale Dialoog, DG Werkgelegenheid en Sociale
Zaken van de Europese Commissie, zat de vergadering voor. Hij gaf een uiteenzetting
van de acties die de Europese Commissie plant voor de toekomst. Onlangs was
Jackie Morin ook aanwezig of Eurofedops ‘Voorbereidende Vergadering’ op
21 september in Luxemburg, waar hij een uiteenzetting gaf over het Europees
Sociaal Model. Op het Liaison Forum werd vooral aandacht besteed aan twee
onderwerpen die thans over de hele Unie het voorwerp van debat zijn, namelijk
flexicurity en demografie. Onnodig te zeggen dat Eurofedop reeds op beide
terreinen actief is. Zo komt het thema van de demografie terug op al onze
vergaderingen, vooral in voorbereiding op ons Congres van april 2007.
Jos Kester, Beleidscoördinator van de Europese Werkgelegenheidsstrategie
(Eenheid D2), gaf toelichting bij de stappen die de Commissie op het gebied
van flexicurity wil ondernemen. Hij omschreef flexicurity als volgt : “Een
politieke strategie om tegelijkertijd de flexibiliteit van de arbeidsmarkt,
arbeidsorganisatie, arbeidsverhoudingen en werkgelegenheid en sociale zekerheid
te verhogen”. Op het eerste gezicht lijkt dit een definitie met tegenstrijdige
begrippen, maar, aldus Jos Kester, dit is enkel het geval wanneer wij deze
begrippen in hun ouderwetse betekenis gebruiken. Waar vooral de nadruk op
werd gelegd, was de aandacht die wij moeten hebben voor de ‘overgangen’ (tussen
opleiding en werk, werk en huishouden, van de ene naar een andere job, enz.).
Flexicurity staat dan gelijk met de ‘zekerheid van overgang’.
Wat het thema van de demografie betreft, sprak Maryse Huet (sociaal en demografisch analist van de Eenheid E1) over de huidige en toekomstige demografische situatie in Europa en verklaarde dat één van de voornaamste problemen in de toekomst de vergrijzing zal zijn. Daniela Bankier (Hoofd van de Eenheid Gelijke Kansen, Actie tegen Discriminatie, G2) gaf uitleg bij de raadpleging die onlangs door de Europese Commissie gelanceerd werd met betrekking tot het combineren van werk, privéleven en gezin. Belanghebbenden kunnen aan deze raadpleging deelnemen. Het spreekt vanzelf dat ook Eurofedop haar steentje hiertoe wil bijdragen.
De thema’s van flexicurity, demografie en het combineren van werk en gezinsleven zullen in de komende maanden en na nieuwjaar tijdens verschillende Eurofedop-vergaderingen aan bod komen. Zo zal het thema van ‘werk en gezinsleven’ één van de thema’s zijn op een seminarie dat wij in december in Tallinn zullen organiseren. Onvermijdelijk zullen ook de demografische uitdagingen voor het Europa van vandaag daar ter sprake komen.
Als stichtend lid van Health First Europe was Eurofedop
aanwezig op de jaarlijkse algemene ledenvergadering die plaatsvond in Hotel
Renaissance in Brussel. Tijdens deze vergadering werd Secretaris-Generaal
Bert Van Caelenberg verkozen tot lid van het Uitvoerend Bestuur van Health
First Europe. Hierdoor heeft hij voortaan de bevoegdheid om advies te verstrekken
aan de Algemene Vergadering en aanvragen voor lidmaatschap te onderzoeken.
Een interessant onderdeel van de vergadering was de uiteenzetting van de heer Martin Dorazil van de Europese Commissie, DG Gezondheid en Consumentenbescherming, Eenheid Gezondheidsstrategie (C5). M. Dorazil wees op de activiteiten van de Commissie op het vlak van de gezondheidsdiensten en gaf vooral toelichting bij de consultatiecampagne over de gezondheidsdiensten die door de Commissie eind september werd gelanceerd. De einddatum van deze campagne is januari 2007. Het spreekt vanzelf dat ook Eurofedop hieraan zal deelnemen. Op antwoord van de vraag van Bert Van Caelenberg over het probleem van de migratie van gezondheidswerkers binnen Europa, onderstreepte de heer Dorazil de ernst van dit vraagstuk.
Vooraleer over te gaan tot de verkiezingen van de Uitvoerende en Adviserende besturen, gaf HFE een voorstelling van zijn vernieuwde website (www.healthfirsteurope.org) alsook van de activiteiten die voor de laatste maanden van 2006 voorzien zijn. Een overzicht van de activiteiten in het afgelopen jaar werd eveneens gegeven.
Het is duidelijk dat de leden van Health First Europe binnen de organisatie een belangrijke plaats innemen, want zij bepalen de raison d’être van de organisatie. Omgekeerd is Health First Europe voor de leden zoals Eurofedop een zeer belangrijk en nuttig instrument in de soms langdurige behandeling van problemen op het vlak van de gezondheidsdiensten op Europees niveau. Eén van de komende activiteiten is een overzicht van de gezondheidszorgen, waar ook Eurofedop aan heeft meegewerkt.
Eén van de leden omschreef de samenwerking met HFE in 4 p’s
:
• progress (vooruitgang),
• potential (potentieel),
• patience (geduld) en
• principles (principes).
Eurofedop sluit zich hierbij aan en heeft inderdaad heel wat vooruitgang vastgesteld,
ziet nog steeds een groot potentieel, is zich bewust van de noodzaak van geduld
in deze zaken en gaat ten volle akkoord met de principes waarvoor HFE staat.
Op het Europese Gezondheidsforum in Gastein werden de prioriteiten van het aanstaande Duitse voorzitterschap op gezondheidsvlak voorgesteld. De sprekers waren Frank Niggemeier, gezondheidsattaché bij de Duitse Permanente Vertegenwoordiging bij de EU, alsook dhr. Schulte en dhr. Kummel van het Duitse Ministerie van Gezondheid. Het Duitse voorzitterschap (januari 2007 – juni 2007) zal het eerste zijn dat deel zal uitmaken van een “teamvoorzitterschap”. Dit betekent dat drie landen, met name Duitsland, Portugal en Slovenië (de laatste twee zullen Duitsland als voorzitter opvolgen), gedurende 18 maanden met elkaar zullen samenwerken. Deze nieuwe benadering heeft tot doel een continuïteit op te bouwen met betrekking tot de inhoud van strategieën en het beleid. De teamleden zullen als dusdanig over verscheidene onderwerpen met elkaar samenwerken en gezamenlijk conferenties en events organiseren.
De voornaamste prioriteiten van het aanstaande Duitse voorzitterschap zullen zijn :
Wat gezondheid betreft, voorziet het Duitse voorzitterschap drie sleutelthema’s :
Het voorzitterschap zal streven naar :
Een pilootproject over patiënteninformatie over geneesmiddelen voor de behandeling van diabetes is gepland voor het Duitse voorzitterschap (welke informatie over geneesmiddelen kan aan patiënten verstrekt worden zonder het product te adverteren ?). Hierover zal in 2007 een verslag gepubliceerd worden.
Het Duitse voorzitterschap zal aandacht besteden aan de toegang tot gezondheidszorgen :
Het Duitse voorzitterschap zal eveneens aandacht besteden aan Mededelingen die verwacht worden :
Het voorzitterschap zal werken aan Witboeken van de Commissie die verwacht worden (voor maart/april 2007) over :
Het voorzitterschap zal werken aan Aanbevelingen van de Commissie die verwacht worden over :
De vertegenwoordigers van het aanstaande Duitse voorzitterschap verklaarden eveneens dat in het kader van het “BATON-project”, met name het teamvoorzitterschap met Portugal en Slovenië, Portugal aandacht zal hebben voor het thema van de bevordering van de gezondheid en Slovenië zich vooral zal richten op het probleem van kanker. De drie landen zullen gezamenlijk werkgroepen opzetten om na te gaan of er nood is aan nieuwe acties of beleid.
De Europese Stichting voor de Verbetering van Levens- en Arbeidsvoorwaarden
organiseerde een seminarie waarop van gedachten werd gewisseld over arbeidstijdregelingen
en het vinden van een juist evenwicht tussen werk en het gezinsleven. In
de loop van de laatste drie decennia heeft de Stichting heel wat studiewerk
verricht over de manier waarop werknemers hun werk en gezinsleven combineren.
Dit onderzoek werd gevoerd in het kader van de EU-beleidsontwikkelingen op
het gebied van arbeidstijdregelingen (arbeidstijdenrichtlijn) en veranderende
arbeidsvormen (deeltijds werk o.a.) en in het licht van de algemene doelstellingen
van de Lissabonstrategie.
Weliswaar kwamen de sprekers uit verschillende achtergronden, zij waren allen
het erover eens dat de discussie over de arbeidstijd in werkelijkheid een
discussie is die handelt over de thema’s van veiligheid en gezondheid.
Het initiatief voor dit seminarie was voornamelijk een initiatief van de
PES-fractie in het Europees Parlement, alsook van de Stichting, en de sprekers
waren vertegenwoordigers van de werkgevers- en werknemersorganisaties en
(nationale en Europese) politici.
De arbeidstijd was een onderwerp dat intensief besproken werd. De algemene
opvatting (vooral van de kant van de werknemers en de politici) was dat de ‘individuele
opt-outformule’, die werknemers de mogelijkheid biedt om (in overeenstemming
met de werkgever) langer dan 48 uur per week te werken, verkeerd was. Deze
opt-outregeling was vooral onder druk van de Britse regering ingevoerd en
werd daarom door de heer José Silva Peneda, Europarlementslid, eerder
als een Britse dan als een Europese oplossing bestempeld.
Het tweede onderwerp dat behandeld werd, was het begrip ‘evenwicht
tussen werk en privé-leven’ en was duidelijk nauw met het onderwerp
van de arbeidstijd verweven. Het vinden van een evenwicht tussen werk en
privé-leven is een zaak voor werknemers van alle leeftijden en is
niet specifiek tot ouders met jonge kinderen beperkt. De manier waarop gezinnen
zijn samengesteld, is drastisch veranderd in Europa en ook het pad dat mensen
in hun leven bewandelen om een opleiding te volgen of een job uit te oefenen
verschilt grondig tegenover het verleden. Thans bestaan er andere ideeën
over het traditionele pad opleiding-werk-pensioen. Wanneer mensen de arbeidsmarkt
betreden, is hun opleiding niet af, integendeel, er wordt meer en meer gestreefd
naar levenslang leren.
Vanzelfsprekend neemt het onderwerp van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen
een belangrijke plaats in in het debat over de arbeidstijd en het vinden
van een evenwicht tussen werk en privé-leven. Deeltijds werk is nog
steeds in overgrote mate een formule waarin vooral vrouwen werkzaam zijn
en komt het meest voor in de sectoren onderwijs en gezondheidszorgen (traditioneel
beroepen waarin vrouwen overheersen). Jean Lambert, Europarlementslid, onderstreepte
dat ook machtsverhoudingen hier spelen en “wie de keuze heeft”.
Deze discussie gaat trouwens niet alleen over de thema’s van gendergelijkheid,
maar ook over wat in een bepaalde regio beschikbaar is (welke jobs worden
er aangeboden ?).
Flexibiliteit is nodig voor zowel de ondernemingen (werkgevers) als de werknemers.
Niet alleen hebben regelingen in verband met de arbeidstijd een enorme impact
op de efficiëntie en de productiviteit van ondernemingen en organisaties,
zij kunnen ook de gezondheid, het welzijn et de motivatie van de werknemers
grondig beïnvloeden.
Eurofedop zal dit thema tijdens het seminarie in Tallinn, in december 2006,
bespreken.
Commissaris Mc.Creevy kondigde op 18 oktober de plannen aan van de Europese
Commissie omtrent de liberalisering van de postdiensten. De conclusie is
zoals we al vreesden; volledige liberalisering van de postdiensten in januari
2009. Het nieuwe voorstel van de Commissie houdt in dat er geen monopolies
meer zullen bestaan op de ‘gereserveerde diensten’.
Eurofedop houdt vast aan de posities zoals uitgesproken tijdens de Beroepsraad
Post te Dubrovnik (juni 2006) en in de brief aan de afgevaardigden van het
Europees Parlement en de leden van de Europese Commissie. Eurofedop verwerpt
iedere vorm van concurrentie op basis van afbraak van sociale verworvenheden
en verwerpt iedere notie die de gereserveerde diensten afschaft.
Over de Universele Dienstverlening zegt de Commissie dat deze gehandhaafd
moet worden. Het wordt aan de lidstaten zelf overgelaten om op flexibele
wijze te kiezen uit alternatieven voor de financiering van de Universele
Dienstverlening. Eurofedop is zeer bezorgd om de kwaliteit van deze Universele
Dienstverlening na volledige liberalisering van de markt.
Eurofedop benadrukt dat er een grote verantwoordelijkheid rust op de schouders
van de nationale vakbonden om in eigen land deze standpunten te verkondigen
en te verdedigen. Eurofedop op haar beurt gaat door met de lobby op Europees
niveau, allereerst volgende week tijdens de plenaire zitting in Straatsburg.
Ook binnen het Europees Paritair Comité Post zullen deze standpunten
door de delegatie van Eurofedop verdedigd worden.
Het is zaak dat in deze nieuwe fase, die we nochtans al lang zagen aankomen,
onze stem voortdurend klinkt tegen de volledige openstelling van de markt.
Eurofedop is bezorgd over de tewerkstelling- en arbeidsvoorwaarden van het post
personeel. Gedwongen ontslagen moeten te allen tijde voorkomen worden. De concurrentie
mag niet leiden tot profijt van de postoperatoren alleen; het moet ten goede
komen van burger én werknemer.
Nationaal én Europees strijden wij voor een eerlijke hervorming van de
postdiensten, en tegen een rücksichtlose openstelling van deze markt met
alle gevolgen voor onze werknemers van dien.
Bert Van Caelenberg
Secretaris generaal EUROFEDOP

Het jaar 2006 heeft binnen de Internationale Non Gouvernementele Organisaties
(INGO) wereld geschiedenis geschreven…De INGO’s worden meer
en meer beschouwd als een gesprekspartner en de voorzitter ervan maakt, als
4de pijler binnen de Raad van Europa, meer en meer deel uit van de “quadriloog”.
Dat betekent ook grote veranderingen in het werkschema…van “consultatief” statuut
naar een “participatief” statuut…Eurofedop heeft vooral
meegewerkt op het organisatorisch vlak meer bepaald aan het tot stand komen
van nieuwe werkschema’s die toelaten tijdig, ernstige adviezen te geven
over bepaalde thema’s aan het Comité van Ministers, het beslissingsorgaan
van de Raad van Europa.
Eurofedop heeft onder meer, te samen met een paar andere INGO’s, meegewerkt
aan het opstellen van het “memorandum” dat werd opgemaakt ter
gelegenheid van de “Juncker – verklaring”( een verklaring
die werd gedaan door de Luxemburgse Premier, na de Top van Warschau, en in
opdracht van de 46 Regeringsleiders van de Raad van Europa op die Top).
Tevens blijft Eurofedop ijveren voor “fundamentele Mensenrechten” en voor het behoud en het ratificeren door alle 46 lidstaten van alle artikelen van het Europees Sociaal Charter.
De toekomst van dat Europees Sociaal Charter wordt zwaar op de proef gesteld
door de oprichting van een Europees agentschap bij de Europese Unie met dezelfde
bevoegdheden maar met het 10voud aan budget…Een eerste teken dat de
nationale staten af willen van”neutrale” kritiek op hun beleid???
Conclusie
De komende 2 jaar wordt cruciaal voor de INGO werking…Wil de INGO wereld “au
serieux” genomen worden moet ze bewijzen dat ze een toegevoegde waarde
is voor de Raad van Europa…Eurofedop wil daaraan meewerken omdat Europa,
naast het puur economische, nood heeft aan respect voor “(sociale) waarden”.
Het Europees Sociaal Model is geen hinderpaal maar een positief en essentieel
element in het economisch groeiproces van de EU. De parlementaire commissie ‘Werkgelegenheid
en sociale zaken’ heeft een initiatiefverslag over een Europees Sociaal
Model voor de toekomst uitgebracht, waarin het Europees Sociaal Model wordt
omschreven als een model dat gemeenschappelijke waarden weerspiegelt die
op uiteenlopende manieren in de lidstaten worden toegepast.
Het verheugt ons te vernemen dat Europarlementslid Peneda (EVP-ED) en Europarlementslid De Rossa (ESP) gesprekken voeren om het Sociaal Model hoog op de Europese agenda te plaatsen en de aanzet hebben gegeven om het concept als dusdanig grondig te herdenken. Zij benadrukken dat om het vertrouwen en het geloof van de burgers in het Europees project te herstellen, het sociaal model hervormd en vernieuwd moet worden. Zij verwijzen eveneens naar de sociale dialoog als een levensnoodzakelijk zo niet onontbeerlijk element in de traditie van het Europees Sociaal Model. Zij roepen op tot een revitalisering en grotere rol voor de sociale dialoog en trialoog op Europees vlak. Bovendien moedigen de rapporteurs de lidstaten aan om ‘flexicurity’-systemen in te voeren, waarbij werknemers tegelijkertijd de zekerheid van tewerkstelling zouden hebben en over flexibiliteit (mobiliteit) zouden kunnen beschikken. De idee hierachter is dat werknemers de gelegenheid zouden krijgen om dank zij een betere jobmobiliteit en een leven lang leren een arbeidsplaats te bemachtigen en te behouden.
Het Europees Sociaal Model heeft nood aan hervorming en dit wordt geen gemakkelijk proces. EUROFEDOP heeft begrip voor het feit dat het werkgelegenheids- en sociaal beleid grotendeels een nationale bevoegdheid moet blijven, maar schaart zich eveneens achter de parlementaire commissie wanneer deze zegt dat er nood is aan de uitwerking, op EU-niveau, van een sterker economisch en sociaal kader dat het de lidstaten mogelijk moet maken om hervormingen, waar noodzakelijk, op nationaal vlak, overeenkomstig hun eigen economische, sociale en politieke omstandigheden toe te passen.
Het verslag over een ‘Europees Sociaal Model voor de toekomst’ (A6-0238/2006)
bevat de verlangens van de commissie ‘werkgelegenheid en sociale zaken’.
Deze dringt er bij de Europese Commissie op aan om :
- een beter evenwicht tussen economische coördinatie enerzijds en werkgelegenheid
en sociaal beschermingsbeleid anderzijds te realiseren;
- de open coördinatiemethode democratischer te maken, opdat ook de nationale
parlementen volledig in het proces zouden worden betrokken;
- in overeenstemming met de sociale clausule van het ontwerpverdrag tot vaststelling
van een grondwet voor Europa de sociale dimensies in haar effectbeoordelingen
op te nemen;
- de sociale economie te eerbiedigen en met een mededeling over deze hoeksteen
van het Europees Sociaal Model te komen
Op 5 september hield het Europees Parlement tijdens haar plenaire zittingen in Straatsburg een debat over dit verslag en de volgende dag vond een stemming plaats. Het Europees Parlement nam het verslag aan met 507 stemmen voor, 113 tegen en 42 onthoudingen. Tijdens het debat werd benadrukt dat het Europees Sociaal Model, ondanks de verschillen in sociale systemen, eerst en vooral een kwestie is van waarden. De meeste sprekers erkenden dat werkgelegenheid en sociaal beleid een nationale materie zouden blijven, maar riepen de Commissie en de Raad op om de aanvankelijk gelijkzijdige driehoek van de Lissabonstrategie (economie, werkgelegenheid, sociale bescherming) aan te houden. Zij vermeldden eveneens, alhoewel in het kort, dat iedere hervorming van de sociale systemen enkel kan slagen als alle belanghebbenden, in het bijzonder de sociale partners en de civiele samenleving, erbij zouden worden betrokken.
Het verslag bevat eveneens de verklaring ‘dat het belangrijk is zowel de eenheid van waarden als de verscheidenheid van stelsels van de lidstaten te erkennen’. Dit komt natuurlijk overeen met de slogan die de EU het meest typeert : ‘Eenheid in Verscheidenheid’. Hoe verloopt dit echter in de praktijk ? Als wij niet naar een gemeenschappelijk Europees sociaal beleid evolueren, misschien met een Europees sociaal zekerheidssysteem, waar streven wij dan naar ? Wij willen convergentie, maar in welke mate ?
Europees Sociaal Model, maar wat betekent het precies om ‘gemeenschappelijke waarden’ te hebben en hoe zien wij een grotere rol voor de sociale partners en de sociale dialoog vertaald in praktische voorbeelden ? Zoals velen van jullie wellicht al weten, organiseert EUROFEDOP een themaconferentie waarop wij ons de volgende vraag zullen stellen : wat verwachten wij, openbare diensten, van een Europees Sociaal Model ? Deze themaconferentie vindt plaats op 21 en 22 september in Luxemburg en zal tevens als voorbereiding dienen voor het XIde Congres van EUROFEDOP in april 2007. Het programma van deze themaconferentie vindt U op onze website http://www.eurofedop.org/agenda/agendafs.html
Meer informatie over het Europees Sociaal Model en zijn ontwikkelingen vindt
U op de websites :
in het Engels :
http://www.europarl.europa.eu/oeil/file.jsp?id=5296432en
Frans :
http://www.europarl.europa.eu/oeil/file.jsp?id=5296432¬iceType=null&language=fr.
Op
15 september, dag van de openbare dienst, werd door de Gemeenschappelijke
Actiegroep voor de Openbare Dienst een studiedag georganiseerd in Bern. Centraal
in de besprekingen stond een studie die, in opdracht van de Conferentie van
Ebenrain, door het Conjunctureel Onderzoekscentrum KOF van de Federale Polytechnische
School van Zürich was uitgevoerd. Deze wetenschappelijke studie analyseerde
voor het eerst op grondige wijze het economisch belang van de openbare dienstverleningen
in Zwitserland. De studie kwam tot de volgende verrassende maar duidelijke
besluiten : de openbare dienstverleningen zorgen voor meer economische welvaart
en vergroten de productiviteit van een markteconomie. Andere internationale
vergelijkende studies hebben de efficiëntie van de openbare dienst in
Zwitserland aangetoond alsook gewezen op het belang van een kwaliteitsvolle
openbare dienst voor de voordelen verbonden aan de speciale plaats van Zwitserland.
De studie bevestigt verder twee verklaringen : de privé-sector is
niet productiever dan de openbare dienst en er is geen verband tussen de
hoogte van belastingen en de economische groei. De problematiek werd vanuit
verschillende oogpunten door leden van de Gemeenschappelijke Actiegroep voor
de Openbare Dienst en genodigde sprekers behandeld. Pierre-André Arm
van transfair onderstreepte dat het essentieel is om, in alle delen van het
land, de toegang van iedere burger tot het Internet tegen hoge snelheid en
vaste en mobiele telefoonnetwerken te verzekeren.
Transfair heeft samen met 16 andere organisaties van werknemers op 15 september
geijverd voor een sterke openbare dienst.
Voor meer info :
www.transfair.ch
Terwijl betogingen plaatshebben in Budapest wordt zonder veel ruchtbaarheid door de huidige regering het openbaar ambt en de openbare dienst volledig ontmanteld.
Zowel ambtenaren van de ministeries, leraren als gezondheidswerkers zijn hier het slachtoffer.
De afbouw van +/- 5.000 fulltimeplaatsen gebeurt op een manier die geen
respect toont voor de Acquis Communautaire, met name het sociale luik.
Het ondertekenen van dit luik was nodig om te kunnen toetreden tot de EU.
Nu men lid is, gebruikt men convergentieprogramma’s van de EU om saneringsmaatregelen
door te drukken.
Eurofedop heeft in zijn zitting van 21-22/09/2006 te Luxemburg akte genomen van deze situatie en protesteert heftig tegen deze gang van zaken.
Wij steunen SZEF en zijn deelorganisatie in hun strijd om af te raken van Zuid-Amerikaanse toestanden waarbij geen of enkel schijnoverleg plaatsheeft tussen de administratie en haar vakbonden.
Vermits het probleem van de veroudering brandend actueel blijft in Europa, heeft de Commissie een studie gepubliceerd over ‘veroudering en tewerkstelling’. In deze studie worden voorbeelden gegeven van goede praktijken in verband met het scheppen van meer tewerkstellingsmogelijkheden voor oudere werknemers en het behoud van deze werknemers in het arbeidsproces. De studie steunt op de ervaringen van 11 EU-lidstaten (FR, DE, IT, UK, CZ, FI, HU, LT, NL, PL, PT) en erkent dat de verlenging van het actieve leven één van de sleutelelementen is in Europese strategieën voor de economische ontwikkeling en de werkgelegenheid. Het toepassen van goede praktijken op institutioneel en organisationeel vlak is noodzakelijk om een manier te vinden waarop de werkzaamheidsgraad kan worden verhoogd, zonder dat aan de levensstandaard wordt geraakt of pogingen om meer evenwicht te brengen in de relatie tussen werk en privé-leven in gevaar worden gebracht.
De studie bevat 41 gevallenstudies van organisaties alsook een analyse van de sterke en zwakke punten van het nationaal institutioneel kader waarin deze organisaties actief zijn, samen met een selectie van voorbeelden van initiatieven van goede praktijken van sociale partners, NGO’s of regionale beleidsmakers.
De onderwerpen die in de studie aan bod komen, zijn productiviteit, arbeidsvoorwaarden, een leven lang leren, HRM en de rol van de sociale partners. Wat dit laatste betreft, besluit de studie dat de rol van de vakbonden in het bijzonder nogal dubbelzinnig is. Enerzijds is het best mogelijk dat vakbonden op nationaal vlak een standpunt innemen waarbij zij zich kanten tegen een verlenging van het actieve leven, terwijl zij anderzijds, op het niveau van de werkplaats, zich volop engageren in onderhandelingen over de manier waarop de ‘werkbekwaamheid’ van oudere werknemers het best kan worden verbeterd.
Bovendien geeft de Commissie in deze studie aan dat vakbonden traditioneel twee aan elkaar tegengestelde strategieën hebben nagevolgd, waarbij zij, enerzijds, in onderhandelingen over loonstructuren en ontslagregelingen, een benadering op basis van de anciënniteit hebben aangenomen om oudere werknemers te beschermen, terwijl zij, anderzijds, wanneer er grote werkloosheid (vooral onder de jongeren) was, het vervroegd uittreden uit de arbeidsmarkt van oudere werknemers hebben aangemoedigd.
Een andere spanning waarmee vakbonden te maken krijgen is hun inzet voor de belangen van hun werkelijke leden (bijv. oudere werknemers) tegenover hun inzet voor het aantrekken van potentiële nieuwe leden (bijv. jongere werknemers). Dit toont aan, aldus de Commissie, dat lidmaatschap ook de strategieën van vakbonden bepaalt. Dezelfde ambivalente rol kan worden toegeschreven aan de werkgevers, alsook de Staat, in hun zoektocht naar het vinden van een evenwicht tussen kortetermijn- en langetermijnstrategieën.
Beste
collega's,
Wellicht hebt U onlangs in de pers of via de andere media vernomen dat de leden van de POA (Professional Trades Union for Prison, Correctional and Secure Psychiatric Workers), tewerkgesteld in gevangenissen in Engeland en Wales, massaal gestemd hebben voor het ondernemen van vakbondsacties, waarbij het uitroepen van een staking niet wordt uitgesloten.
U herinnert zich ongetwijfeld ook dat, in 1993, de Tory-regering de vakbondsrechten van het gevangenispersoneel eerst afschafte om, vervolgens, in 1994, ze weer in te voeren, maar met beperkingen. Hierbij hoorde eveneens een wet waardoor gevangenisbewaarders of anderen die aanzetten tot vakbondsacties, aan gerechtelijke vervolging konden worden blootgesteld. Labour, toen in de oppositie, beloofde de vakbondsrechten van het gevangenispersoneel volledig te herstellen. Weliswaar werd de voor het gevangenispersoneel beledigende bepaling van Sectie 127 (onwettelijkheid van vakbondsactie) in 2005 uit het Statuut verwijderd, maar dit gebeurde enkel nadat de POA uitdrukkelijk werd aangemaand een Akkoord te ondertekenen waarbij zij zich ertoe verbond om zich aan welbepaalde procedures van vakbondsacties (geen staking) te houden.
Zo heeft de POA kunnen vaststellen dat pogingen door de Leiding van de Gevangenisdiensten werden ondernomen om de zogenaamde 'onafhankelijke' salarisherzieningscommissie te beïnvloeden en, bij een aantal gelegenheden, te verhinderen dat geschillen voor een onafhankelijke geschillenoplosser zouden worden gebracht. Dit alles is in strijd met het zogenaamde 'wettelijk bindende Akkoord'.
Onze vakbond is van oordeel dat alle vakbondsrechten ons onmiddellijk moeten worden terugbezorgd, het recht om collectieve onderhandelingen te voeren en, ter bevordering van de oplossing van geschillen, vakbondsacties te voeren. Wij zijn er ons nochtans van bewust dat dit geen gemakkelijke weg zal worden. Intussen eisen wij een eerlijke behandeling vanuit werkelijk onafhankelijke organen die niet door de Werkgever of de Regering geleid worden. Dreigementen en acties hebben ons duidelijk gemaakt dat de Regering (opnieuw) zijn toevlucht zal nemen tot gerechtelijke acties en de inbeslagneming van financiële middelen van de POA.
Van onze kant zullen wij echter vastberaden ons blijven inzetten voor gerechtigheid voor onze leden. Wij danken alle vakbonden voor hun steun en vragen ook in de toekomst een beroep te mogen doen op hun hulp en bijstand. Wij verwelkomen de brieven die zij ons ter ondersteuning wensen toe te sturen, en zullen hen aan onze leden bezorgen. De POA is van mening dat haar standpunt voor een eerlijk salarissysteem en de onafhankelijke oplossing van geschillen een zaak is die alle vakbonden ter harte gaat.
Met oprechte dank.
Brian CATON
Algemeen Secretaris POA
Secretaris-Generaal Bert Van Caelenberg was een spreker op de conferentie in Letland over “Tolerante benadering, tolerante organisatie, tolerante mensen : praktische tolerantie”. Deze conferentie was het initiatief van Skaidr?te Gütmane, Rector van de Christelijke Academie van Letland, en Bruno Machiels, Secretaris-Generaal van de Europese Middenveldorganisatie EUROMF. Nadat prof. J?nis V?jš het begrip ‘tolerantie’ had verklaard in de context van werkgevers-werknemersrelaties, onderstreepte Bert Van Caelenberg het belang van de sociale dialoog. In zijn toespraak verduidelijkte hij dat er geen sprake is ‘Europese tolerantie in de relatie met de werknemers’ zonder sociale dialoog.

Bruno Machiels
De invoering van zo’n sociale dialoog zal echter niet voor morgen zijn en de vertegenwoordiging van de Lidstaten in de interprofessionele sociale dialoog blijft een probleem. Daarnaast blijven er belangrijke verschillen in de gebruiken van de Lidstaten bestaan en sommige van deze Lidstaten staan zeer weigerachtig tegenover het sluiten van formele akkoorden. Eurofedop wil in dit verband een pragmatische, realistische vakbondshouding aannemen, gericht op een verbetering van de informele structuren van sociale dialoog. Ten slotte benadrukte de spreker dat Eurofedop het beste wil maken van de gelegenheden die zich voordoen en zich als een constructieve partner zal opstellen.
Het onderwerp van de conferentie, ‘Praktische Tolerantie’, werd behandeld door sprekers uit Europa en de Verenigde Staten. Een opmerkelijke bijdrage werd geleverd door Mevr. Karina P?tersone, de Minister voor Sociale Integratie van Letland. Zij deelde mee dat, speciaal voor de behandeling van problemen van tolerantie op de werkvloer, een bureau en een website in het leven werden geroepen. Zij sprak eveneens over het probleem van tolerantie tegenover de minderheden in haar land, waarvan natuurlijk de Russische de belangrijkste is. Dit probleem wordt op het hoogste niveau behandeld, onder meer door middel van contacten die Mevr. P?tersone heeft met haar Russische collega’s.
Door het organiseren van deze conferentie zet Secretaris-Generaal Bruno Machiels van EUROMF een volgende stap in de opleiding en vorming van organisaties uit het middenveld en vakbonden in Letland. Het seminarie werd mede gefinancierd door de EU. Ten slotte zal in 2007 in één van de Baltische staten een gezamenlijk evaluatieseminarie plaatsvinden.
In Nederland hebben de drie grote partijen hun verkiezingsprogramma gepresenteerd. Wat alle partijen gemeen hebben, is dat zij vinden dat de overheid een flinke afslanking nodig heeft.
Ook de Partij van de Arbeid (PvdA), die van oudsher toch sterk gelooft in een uitgebreid overheidsstelsel, is niet meer overtuigd van de noodzaak van een grote overheid, melden de Nederlandse kranten. De PvdA kiest voor een ‘overheid die zichzelf relativeert’ en is van plan om de ‘verlammende bureaucratie’ aan te pakken. Er moet volgens de partij een omslag van beleid naar uitvoering gemaakt worden, en dat gaat gepaard met het terugdringen van het aantal rijksambtenaren. Er is ook kritiek op het aantal bestuurslagen dat Nederland kent, en de aangedragen oplossing is deze terugdringen tot maar twee bestuurslagen, mede om te voorkomen dat bestuurders vooral veel met elkaar bezig zijn, en om te bevorderen dat bestuurders herkenbaarder worden. De rijksoverheid zou het volgens de PvdA met 2,2 miljard euro minder moeten doen en het lijkt simpel: “Voor elke nieuwe regel die de overheid maakt, moet een oude worden geschrapt”.
De Christen Democratische partij (CDA), die overigens forse kritiek levert op de plannen van de PvdA, besteedt zelf ook enkele paragrafen aan het afslanken van de overheid, en stelt tevens de herinvoering van de 40-urige werkweek voor (ook voor de ambtenaren), om het vergrijzingsprobleem dat zichtbaar is in heel Europa, tegen te gaan en de loonkosten in de hand te houden. Ook deze partij streeft naar minder bestuurslagen, minder managementlagen binnen de departementen en een kleinere en slagvaardigere rijksoverheid. Het verkiezingsprogramma meldt dat er een forse reductie van personeel in het Openbaar bestuur moet plaatsvinden.
De partijen hebben ambitieuze plannen met het geld dat ze hopen te besparen op de overheid. Maar onze collega’s van CNV Publieke Zaak ergeren zich aan de opstellingen van de partijen en vinden de verkiezingsprogramma’s zeer verontrustend. Het is niet zo dat minder ambtenaren automatisch leidt tot minder regels en CNV blijft erop hameren dat het de politiek zelf is die deze regels maakt en niet het ambtelijk apparaat. Als men dus spreekt van minder regels, ligt dat volstrekt in de hand van de politiek zelf. “Aan een verdere afslanking van het overheidsapparaat werken wij niet mee” aldus Alfred Lohman van CNV Publieke Zaak. Volgens hem geven de partijen niet goed aan hoe deze verregaande afslanking van de overheid moet gebeuren. CNV zegt de discussie met de verschillende politieke partijen heel graag aan te gaan en eist helderheid over welke taken en functies er bijvoorbeeld geschrapt zouden moeten worden.
Eurofedop zal de ontwikkelingen in Nederland tot aan de komende verkiezingen (22 november 2006) nauwkeurig volgen.

EU-Commissaris Vladimir Spidla
Wanneer wij spreken van geografische mobiliteit, verwijst dit enerzijds naar het feit dat een zeker aantal mensen voor korte perioden in het buitenland verblijven, terwijl anderzijds 2 % van de Europese burgers permanent in het buitenland verblijven. Nog een percentage is dat van de mobiliteitsgraad van werknemers die het grootst is in België (1,7 %). Het merendeel van deze werknemers is tewerkgesteld in de buurlanden. De mobiliteitsgraad tussen de lidstaten is vrij zwak en is pas sinds enkele jaren toegenomen.
Onvermijdelijk zijn er nog heel wat hindernissen die de mobiliteit van werknemers in de weg kunnen staan, gaande van praktische factoren (taal, huisvesting) tot juridische en administratieve problemen (verschillende pensioenstelsels, verzekeringssystemen, belastingssystemen, enz.). Tot slot werd midden juli een Europese Mobiliteitsprijs in het leven geroepen om de persoon, onderneming of organisatie die in de loop van het jaar de beste bijdrage op het gebied van de mobiliteit geleverd heeft, te belonen. De prijs wordt op het einde van het jaar uitgereikt.
Eurofedop was aanwezig op de persconferentie, omdat wij het belangrijk vinden om de ontwikkelingen op het gebied van de mobiliteit in Europa op de voet te volgen. Het spreekt vanzelf dat wij daarbij in de eerste plaats aandacht schenken aan de mobiliteit van werknemers in de openbare dienst in de Unie. Ook het onderwerp van de ‘migratie’ van werknemers, zoals dit zich bijvoorbeeld in de gezondheidszorgsector in Europa voordoet, heeft onze speciale aandacht. In november willen wij daarom een ‘werkontbijt’ over het onderwerp van de migratie van werknemers in de gezondheidszorg organiseren.

Dit congres had naast de toespraken ook tijd voor een debat met de aanwezigen. Hermann Feiner, voorzitter EPU, gaf onder andere uitleg bij zaken als arbeidstijd, beroepsziekten en het inzetten van burgerpersoneel bij de politie.
Secretaris-generaal
van Eurofedop, Bert Van Caelenberg waarschuwde dat het weinig zinvol is
om reeds bij de start van de vakbond met grote delegaties andere bonden
te bezoeken. Hij pleitte voor een nauwe samenwerking met Cartel Alfa bij
het uitwerken van de basisopleiding voor militanten. Samen met de vertegenwoordiger
van openbare diensten in Roemenië Ion Mihala, lid van het Uitvoerend
Bestuur Eurofedop, zullen wij deze stappen ondersteunen.
Tot slot een uitspraak van een van de leidende politiemensen: “Het is moeilijker om gesprekken te voeren, dan bevelen te geven”. Wij kunnen na het verlof de contacten verder te intensifiëren tijdens de zittingen in Luxemburg.
Bert Van Caelenberg
Secretaris-generaal Eurofedop
Op
6 juli laatstleden nam het Europees Parlement het verslag met betrekking tot
â?oeprikaccidentenâ? aan, met 465 stemmen voor, 18 tegen en 13 onthoudingen. Het
Parlement verklaarde dat de bestaande wetgeving over de bescherming van werknemers
in de gezondheidsdiensten niet het gewenste effect heeft en, bijgevolg, geamendeerd
moet worden. Het is van mening dat vele verwondingen vermeden kunnen worden,
bijvoorbeeld door een betere opleiding, en veiligere injectienaalden. Het was
de derde keer dat het Parlement over het verslag trachtte te stemmen.
Het thema â?oeprikaccidentenâ? met besmette naalden werd eveneens door onze beroepsraad Gezondheidsdiensten, tijdens zijn laatste bijeenkomst op 19 juni, besproken. Bij deze gelegenheid werd een brochure uitgegeven, die terug te vinden is op deze website.
Dr. Jorge Costa-David van de Europese Commissie (DG Employment and Social Affairs, Unit D/4 Â Health, Safety and Hygiene at Work) gaf uitvoerig de stand van het dossier en de mogelijk wettelijke wegen aan. Bert Van Caelenberg verwees naar de actuele discussie in het Europees Parlement en bleef benadrukken hoe belangrijk dit dossier is voor de nieuwe landen. Hij vroeg de Commissie om via projecten uitwisseling van Best Practice het dossier nu reeds resultaten te laten boeken.

Een tweede en niet minder belangrijk item was de â?~migratie van werknemers in de gezondheidssectorâ?(TM). Marcela Gatciova (Sloves, Slowakije) gaf uitleg over de gezondheidssector in Slowakije. Zij deelde met de aanwezigen de schokkende constatering, dat er tegenwoordig in Slowakije maar drie dagen in de week geopereerd kan worden, vanwege het enorme tekort aan personeel. Na de EU-uitbreiding in 2004 ontstond er angst voor deze migratie in de EU15 landen zowel als in de â?~nieuweâ?(TM) landen. De EU15 waren bang voor een enorme golf Centraal en Oost Europese werknemers, en deze landen op hun beurt waren bang voor het verlies van geschoold personeel aan de EU15 vanwege hogere lonen. Dit laatste gebeurt ook in de gezondheidssector en het gaat ten koste van de gezondheidssystemen van landen als Slowakije, Tsjechië, Polen en Hongarije, die juist een overgangsperiode hebben ondergaan.
Eurofedop werkt aan een follow-up van de Beroepsraad Gezondheidsdiensten met betrekking tot dit onderwerp. Op dit moment worden partners verzameld waarmee gezamenlijk de strijd tegen de problemen rond migratie bestreden kunnen worden. Het thema moet meer aandacht krijgen op de Europese agenda en daarin speelt Eurofedop een belangrijke rol. Met input van de lidorganisaties, gebruikt Eurofedop zijn mandaat om dit onderwerp op Europees vlak aan te snijden, daar het per slot van rekening een grensoverschrijdend, Europees probleem is. Er is reeds contact gelegd met de Europese Commissie en met HOPE. Mobiliteit binnen Europa, die van studenten maar ook van werknemers, is ook een streven, het moet echter op een zorgvuldige, gelijkwaardige manier gaan. Uitwisseling brengt meer dan enkel migratie, het is daarom van essentieel belang dat oneffenheden binnen het Europees beleid zo snel mogelijk aangepakt worden.
Deze conferentie had het verder ook over het strategisch plan 2006-2012 van de INGO groepering gezondheid bij de Raad van Europa bij monde van de groepsvoozitter, Paul De Raeve. Het Communautair actieprogramma 2003-2008 was samen met â?oeDoes IT Work? Next Generation Care in the Information Ageâ? stof van discussie.
Tot slot dringt de vergadering aan op de medewerking van de nationale overheden bij het leveren van statistische gegevens over het aantal verpleegkundigen. Deze info is zeer belangrijk voor EUROSTAT die hiermee beleidsondersteunend zou kunnen werken.
Vooreerst gaf hij uitleg bij het actieplan en de op til zijnde gebeurtenissen. Op 14 september 2006 zal een conferentie plaatsvinden over â?oeMobiliteit en de rol van de sociale partnersâ?. De Commissie zal ook het Groenboek over demografische veranderingen opvolgen en de nieuwe strategie met betrekking veiligheid en gezondheid verder uitwerken. Eurofedop heeft over deze onderwerpen reeds seminaries op het getouw gezet en bijgevolg zullen wij met deze beleidsthemaâ?(TM)s bezig zijn, wanneer het wetgevend proces nog volop aan de gang is. Op het Liaison Forum gaf dhr. Michele Calandrino (DG EMPL, politiek analyst van de Eenheid 2 - Sociale Integratie) uitleg bij de opvolging van het consultatieproces dat door de Commissie gelanceerd werd in haar Mededeling met betrekking tot de bevordering van de actieve integratie van de mensen die het verst van de arbeidsmarkt af staan (COM(2006)44 definitief). De eindresultaten van deze studie zullen tegen eind september gepubliceerd worden.
In 2005 gaf de Raad een nieuwe start aan de Lissabonstrategie door en heroriëntering op de groei en de werkgelegenheid, met het doel een bijdrage te leveren tot de sociale cohesie. Een grotere sociale cohesie is een sleutelelement in het welslagen van de Lissabonstrategie. De strijd tegen de armoede en de integratie van mensen die van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten, blijven een reële uitdaging voor de EU, vooral na de uitbreiding. Tijdens het proces van de openbare raadpleging wezen sommige betrokkenen erop dat de Mededeling van de Commissie te simplistisch was opgevat; de Mededeling zou zich niet enkel mogen richten op de werkgelegenheid en de (re-)integratie van mensen die het verst van de arbeidsmarkt af staan, maar ook op de kwaliteit van de arbeid en zou het onderwerp van de â?~armoedevalâ?(TM) moeten behandelen.
Commissie presenteert gewijzigd voorstel dienstenrichtlijn |
|
| De Europese Commissie presenteert haar gewijzigde versie van de dienstenrichtlijn. Er vindt een kort debat plaats. Onderaan het persbericht vindt u een korte weergave van de inhoud van het gewijzigde voorstel. | Lees verder (pdf). |
Lissabon doelstellingen:
hoe kwaliteitszorg verzekeren voor de europese burgers? |
|
| Onder de titel "Lissabon doelstellingen: hoe kwaliteitszorg
verzekeren voor de europese burgers?", had op 28.02.2006 in de gebouwen
van het Europees Parlement een debat plaats. "Health workers saves lives,
|
Deze tekst wordt de basis van de World Health Day op 07.04.2006. Een experte van EUROSTAT gaf toe dat er nog veel dient te gebeuren, maar dat er al gegevens bekend zijn over het aantal verpleegenden. Het ontbreekt hen niet aan goed uitgewerkte vragenlijsten, wel aan de antwoorden van de landen. Tot slot sprak de EUR COM over haar "Strategy to combat shortage of nurses in Afrika". Het debat gaf geen éénsluidend antwoord op de vraag of men met minder gekwalificeerde moet gaan werken. Dit botst met de gedachte dat professionele kwaliteit dient hoog te worden gehouden. De secretaris-generaal van EFN (European Federation of Nurses Association, Paul de Raeve, is sinds dit jaar ook voorzitter van de NGO Comité Gezondheidszorg bij de Raad van Europa. Hij zal de werking en doelstellingen daarvan op onze volgende Beroepsraad komen toelichten. EFN is een deel van de "Health First lobby groep". Eurofedop is bij deze europese parlementsloby en de NGO groep Nursing in Straatburg actief betrokken. Bert Van caelenberg Secretaris-generaal 28.02.2006 |
Eurofedop op Lancering
Eerste boek Health First Europe 2050 a Health Odyssey |
|
| Eurofedop was vertegenwoordigd op de lancering van het
eerste boek van Health First Europe (H.F.E.) 2050 a Health Odyssey
die doorging in het Europees Parlement te Brussel op 2 februari 2006.
Ons standpunt van de Beroepsraad Gezondheidsdiensten werd er in opgenomen.
|
|
Workshop over Studies
over de Postdiensten |
|
| Onze vertegenwoordigers Lieve Vanoverbeke (ACV Transcom,
België) en Manfred Wiedner (GPF, Oostenrijk) waren aanwezig op een
workshop waar een voorstelling werd gegeven van de studies ‘impact
op de universele dienst van de volledige verwezenlijking van de interne
postmarkt in 2009’ (PricewaterhouseCooper) en ‘voornaamste ontwikkelingen
in de postsector’ (Wik-Consult). Deze studies zullen ook een onderwerp van bespreking zijn tijdens de Beroepsraad Post en Telecom van 02/06/2006 in Dubrovnik. |
De impact van deze studies zal van het grootste belang zijn
voor de Postsector. Wij zullen ook de Europese Commissie vragen haar werkzaamheden te komen toelichten. Na het bepalen van onze positie over de studieresultaten, zullen we ook het Europees Parlement deze positie laten weten. |
Liaison
Forum “Integratie van nieuwe lidorganisaties” |
|
| Het Liaison Forum is reeds lang een gevestigde instelling
voor het verstrekken van informatie en de uitwisseling van standpunten met
zowel de sectoriële als de intersectoriële sociale partners. De eerste zitting in het jaar 2006 vond plaats op 12.01.2006. Zij was meer specifiek gericht op de voorstelling van initiatieven van de sociale partners en de uitwisseling van ideeën en informatie over instrumenten en informatiebronnen die de sociale partners in dit verband ter beschikking staan. Vakbonden en werkgevers gaven uitleg bij de initiatieven in de nieuwe landen. Na analyse de behoeften, het in kaart brengen van de herstructureringen, het ontwikkelen van competentie werden tot slot studiecentra opricht in deze landen. Noden kennen en er aandacht voor hebben, uitbouwen van sterke links, rekening houden met nationale realiteiten en het rond tafel brengen van de echte verantwoordelijkheden en competente mensen waren de uitdagingen. Deze doelstellingen werden soms gehaald, soms niet. De EU heeft deze inspanningen meestal meegefinancierd. Moeilijkheden om met werkgevers aan tafel te zitten werden o.a. door UNI in de handelssector succesvol opgelost. De lokale sector heeft het anderzijds heel moeilijk om de echte werkgevers te ontdekken. Dit is echter één van de noodzakelijke vereisten voor erkenning als Europees sociale partners. Het kwaliteitsdenken waar Eurofedop zijn Congres in 1998 rond hield begint ook nu bij deze partners door te dringen. |
De Europese Stichting voor de Verbetering van de Levens-
en Arbeidsomstandigheden gaf een uiteenzetting over haar model van de ontwikkeling
van bekwaamheden met betrekking tot de sociale dialoog. Een expert van de afdeling EMPL.D1 and TAIEX (Technical Assistance and Information Exchange Instrument, http://taiex.cec.eu.int/) schetste de mogelijkheden van financiering. Zij kunnen experten sturen, workshops en vertalingen financieren. De budgetlijnen VP/2006/001 en 002 zullen online te bezoeken zijn en zullen enkel nog online kunnen ingediend worden. Tot slot deed de Commissie nog een aantal mededelingen. Zo kunnen zij in 2006 een aantal representativiteitsstudies verder zetten in sectoren zoals Telecom, Transport, Gezondheidsdiensten. Hiermee willen zij verder een “fotografie” krijgen van de sleutelrolspelers op het terrein ook vooral na de uitbreiding. Aandacht vroeg men ook voor de verschillende publicaties rond het jaarthema 2006 “Mobiliteit”. Een thema dat ook door het oostenrijkse Voorzitterschap aan de agenda komt van de overheidsdiensten Troïka op 29.05.2006. |
Nieuwe
uitspraak inzake wachttijden |
|
| In aansluiting met het arrest Jaeger dat
de wachttijd aanziet als arbeidstijd bij o.a. hulpdiensten, brandweer
en andere continue diensten heeft het hof in de zaak C-14/04 op naam van
Abdelkader Dellas op 01/12/05 uitspraak gedaan.
|
De werkgever rekende wachttijd
in de instelling maar voor een gedeelte aan. |