Verslag EIPA seminar “European Social Dialogue and Public Administration”
Maastricht, 20-21 September 2004

De Europese Sociale Dialoog heeft, op grond van artikels 138 en 139 van het EG-Verdrag, geleid tot de vastlegging van een groot aantal richtlijnen op basis van kaderakkoorden die door de social partners waren overeengekomen. Deze richtlijnen werden in de Europese wetgeving geïntegreerd en hebben gevolgen voor de werknemers die door de verschillende staten in hun openbare administratie worden tewerkgesteld.
Deze impact op de openbare administratie geschiedt zonder dat de desbetreffende organen verantwoordelijk voor de tewerkstellingsvoorwaarden tussenbeide komen in de onderhandelingen die leiden tot de akkoorden en de richtlijnen.
Het voortdurende onderwerp van debat bestaat in de representatieve rol van de vakbonden in de sector van de openbare administratie, de oprichting van een speciek op de openbare administratie gericht orgaan voor de Europese sociale dialoog, en de oprichting van een gestructureerd platform voor de vertegenwoordiging van de lidstaten in een dergelijke dialoog.
Het doel van de conferentie van Maastricht was een bijdrage te leveren tot het debat door een duidelijke voorstelling te geven van de wettelijke basis van de Europese sociale dialoog en zijn modus operandi, de rol van de Europese Commissie in dit verband, de wijze waarop werknemers en werkgevers in het onderhandelingsforum al dan niet vertegenwoordigd zijn, en de strategieën die door sommige EU-lidstaten worden aangenomen om het proces te beïnvloeden voordat wetgevende teksten worden goedgekeurd.
Eurofedop werd niet allen vertegenwoordigd door Secretaris generaal, Bert Van Caelenberg, maar eveneens door vice voorzitter Luc Hamelinck (CCOD) en de vertegenwoordigers van een aantal aangesloten bonden.
De inleiding door François Ziegler (DG employment and social affairs, directorate social dialogue and social rights) begon met een schets van de institutionele context van de europese sociale dialog. Daarnaast gaf hij een overzicht van de communicaties van de Commissie op dit gebied en in het bijzonder COM(2004)557 final “Partnership for change in an enlarged Europe – Enhancing the contribution of European social dialogue”. In zijn toespraak ging dhr. Ziegler eveneens in op het belang van de representativiteitsstudies en kondigde hij een vervolgstudie aan met betrekking tot de openbare administratie in de 10 nieuwe lidstaten.
In een tweede blok werd ingegaan op de creatie van het sectoreel comité “Local and Regional governemnent”. Na toespraken van de werkgevers- en werknemerszijde, werd de discussie gevoerd over de resultaten en verwachtingen van dit comité. Het bleek gezien de recente oprichting van dit comité (begin 2004) nog niet mogelijk veel resultaten te brengen. De initiatiefnemer voor dit seminarie, Dhr Robert Polet (EIPA) sprak vervolgens over “The importance of the social dialogue for central administrations and its added value at European level”.
In het verder verloop kwamen de nationale bonden en werkgevers aan het woord. Namens de vakbonden spraken de Eurofedop collega’s Marcella Gatciava (SLOVES), Willy Russ (DBB), Leodolfo Bettencourt (STE) en Geza Agg (KSS). Bij de werkgevers was er een interessante tussenkomst van Dominique Lacambre uit Frankrijk. Hij sloot zich aan bij de positie van STE dat de werknemers in de openbare dienst nu al getroffen worden door een aantal europese regels, hetgeen snel handelen noodzaakt.

De ministers van het openbaar ambt, en hun regelmatige informele bijeenkomsten, zijn hierbij de hoofdrolspelers. Als we geloven in het openbaar ambt zijn we ook verplicht alle instrumenten te gebruiken die beschikbaar zijn. Een Europese sociale dialoog die geen praatbank mag worden is daarom ook zeer zinvol en wenselijk volgens deze Franse werkgever.
Het Nederlands voorzitterschap gaf bij monde van Nico van Dam (Council for Public Sector Personnel Policy) een overzicht van het totstandkomen van de huidige Nederlandse reglementering i.v.m. de sociale dialoog bij de overheid.
Daarna kwam de problematiek van de organisatie van werkgeverszijde aan bod en probeerde men een antwoord te geven of de werkgevers zich eventueel via CEEP kunnen verenigen. Hieruit bleek echter dat de meerderheid dit geen realistisch scenario vindt. Het eindbesluit ligt bij de ministers van het openbaar ambt die hun directeuren generaal hiertoe kunnen mandateren.
Dhr. Pochet (European Social Observatory) was gevraagd om zijn besluiten te trekken uit de verschillende tussenkomsten. Het definieren van de “perimeter” waarin een comité zich kan bewegen zal, volgens hem, altijd ergens grenzen kennen. Bij de overheid speelt het principe van subsidiariteit een belangrijke rol. Positief, aldus dhr Pochet, is misschien dat er ook na de uitbreiding toch nog overal een werkgever te vinden is. Als men thema’s aankaart moeten die een europese dimensie hebben en er moet gezocht worden naar nieuwe thema’s (ex. Stress). Met betrekking tot de representativiteit concludeerde Pochet dat er vooral een probleem is van vertegenwoordiging. Hij legde hierbij de nadruk op het verschil tussen “representativity” and “representation” en onderstreepte dat mandaten vragen één ding is, men moet vervolgens weten wat er mee te doen. Het heeft weinig zin direct te zoeken naar een resultaat. Het gaat erom om tijdens de rit vaardigheden en vertrouwen op te bouwen in een dynamisch proces. Misschien moet er een beroep gedaan worden op externe experts (EIPA) om een echte visie te ontwikkelen. Dhr. Pochet was erg kritisch over het resultaat van de Europese Sociale Dialoog. De meeste “overeenkomsten” blijven steken in algemeenheden. Van de bestaande europese comités blijkt uit een recente studie dat zij vooral focussen op punten als wetgeving, modernisering en concurrentie.
Namens EIPA, besloot Dhr Polet de zitting met de volgende conclusies:
- werkgevers in overheidsdiensten zijn ook wettenmakers, hetgeen uniek is voor de overlegstructuur van de sociale dialoog
- als we bij de overheid werknemers zien zoals in de privé-sector dan moet men daar ook de vakbondsrechten aan koppelen
- de Europese Commissie is niet afzijdig gebleven (vb. uitbreiding) en heeft ook aan de openbare administraties regels opgelegd
- door de contacten in de troika en de werkgroepen kunnen de nieuwe lidstaten een hoop nieuwe ervaringen opdoen

European Security on a Crossroads
16-17.09.2004. Luxemburg (Jean Monnet Centrum)

Voor vakbondsmensen is het van groot belang dat ze in het kader van de Europese integratie inzicht hebben in en kennis hebben van juridische, organisatorische en toekomstige verbanden. Dat geldt inzonderheid voor vakbondsafgevaardigden in de veiligheidsdiensten.
Het waarborgen van de binnen- en buitenlandse veiligheid is een onafwijsbare taak van de nationale en Europese politiek. Die moet daarvoor de nodige middelen beschikbaar stellen en bij grensoverschrijdende samenwerking tussen politiediensten voor een duidelijke indekking van de optredende politiemensen zorgen.

Hermann Feiner, Chairman of the Trade Council Police (Germany)
Dr. H. Pirker, European expert immigration and asylum policy (Austria)
Pim Gooijers, Chairman of the Trade Council Defence (The Netherlands)


Of de burgers uiteindelijk veiligheid gewaarborgd kan worden, hangt in de eerste plaats af van een voldoende personeelsbestand, van gepaste sociale en professionele vooruitzichten voor alle medewerkers en van de beschikbare technische ondersteuning. De beroepsraden Politie/Europese Politie-Unie (EPU) en Landsverdediging van EUROFEDOP roepen de politieke wereld op om af te zien van toekomstige beperkingen op veiligheidsgebied en de huidige middelen massaal uit te breiden.
Efficiënt en succesvol vakbondswerk vereist een groot engagement in sociale aangelegenheden en een omvangrijke kennis van internationale verbanden. Deze conferentie van beroepsmensen heeft zeker aan een zeer grote uitbreiding van die kennis bijgedragen. Voor de deelnemers is het belangrijk dat die inzichten en de noodzaak van een Europese vakbondswerking ook tot de nationale vakbondswerking doordringen en tot een betere kennis van de manier van werken van de Europese Unie bijdragen.

Bert Van Caelenberg, Secretary General of Eurofedop


 


Jérôme Glorie, Director General, Prevention, Ministry of the Interior (Belgium)
Pim Gooijers, Chairman of the Trade Council Defence (The Netherlands)

Mag. Peter Gridling - EUROPOL Den Haag (The Netherlands)

Extra Info:

- Signature of declaration of intent for a European gendarmerie force

- Gijs de Vries reports on terrorism to EP

Ondertekening intentieverklaring European Gendarmerie Force
Noordwijk (NL), 16-17.09.2004

De ministers van Defensie van Frankrijk, Italië, Spanje, Portugal en Nederland hebben vanmorgen een intentieverklaring ondertekend tot de oprichting van een European Gendarmerie Force (EGF). De ondertekening vond plaats tijdens de informele bijeenkomst van ministers van Defensie van de Europese Unie, in Noordwijk (Nederland).
De European Gendarmerie Force is een politiemacht met militaire status. Hoewel de EGF binnen het gehele spectrum aan politiemissies taken kan uitvoeren, is zij bij uitstek geschikt om tijdens of direct na een militair optreden te worden ingezet voor de handhaving van openbare orde en veiligheid en in situaties waar lokale politie niet (voldoende) inzetbaar is. De snel inzetbare EGF moet ook kunnen opereren ter ondersteuning van de bestrijding van georganiseerde criminaliteit en bescherming van deelnemers aan civiele missies. De EGF is een multinationale eenheid die niet alleen aangeboden wordt aan de EU, maar ook aan de VN, de OVSE en de NAVO. De Franse minister van Defensie, mevrouw Alliot-Marie, nam in 2003 het initiatief voor de oprichting van de EGF. De totstandkoming van het hoofdkwartier in Vicenza (Italië), is voorzien begin 2005. De planning is dat de EGF eind 2005 operationeel is.

Dutch Defence Minister Henk Kamp,
Secretary-General Javier Solana,
French Defence Minister Michle Alliot-Marie,
German Defence Minister Peter Struck.


Minister van Defensie Henk Kamp zei na afloop van de ondertekening dat hij “blij was dat deze mijlpaal in Noordwijk bereikt kon worden”. Hij zei er van overtuigd te zijn dat deze eenheid “een belangrijke overbrugging is tussen militaire en civiele politie eenheden”.

UGL – Openbare diensten samen in Rome
Rome (Italië), 07.09.2004

De voorzit(st)ters van de verschillende sectoren bespraken organisatorische en vakbondsactuele problemen van de openbare dienst in Italië. De nakende sociale verkiezingen vergen zoals in Oostenrijk volle inzet van militanten en vakbondsleiders.




 

De secretaris-generaal van Eurofedop, Bert Van Caelenberg, informeerde over voorbije acties en stond stil bij de positieve resultaten van het Ierse voorzitterschap voor de sociale dialoog. Hij feliciteerde voor de inzet vóór en tijdens het Italiaanse voorzitterschap. Renata Polverini opgenomen in het bestuur van Eurofedop heeft vanuit haar ervaring in het Europees Sociaal en Economisch Comité hier toe bijgedragen. Ook werd lof gebracht aan de collega’s van Eurofedop van o.a. CCOD/CCSP. Zij hebben als experts veel bijgedragen aan de vorming van de militanten.
Dit werkjaar zal naast deelname aan komende zittingen een studiebezoek gebracht worden aan Brussel. Dit kadert in de doelstelling om op korte termijn de nationale UGL verantwoordelijken 100 % te laten deelnemen aan het houden en versterken van de Europese Sociale Dialoog.

VIIe Europese Gezondheids-Agora
Parijs (Frankrijk), 27.05.2004
Europese Commissie overtuigd van de belangrijkheid van de sector

In zijn toespraak gaf een expert van de Commissie aan dat in de 15 lidstaten de gezondheidssector 10% van de financiën uitmaakt; bij de nieuwe 10 landen is dit 6%. Dit alleen al zal door de inhaaloperatie een sterke economische invloed hebben. Verder is er de verouderingscurve bij het personeel, waar nu al tussen 45 en 55 jaar het gros tewerkgesteld is.
Ook de demografie van de bevolking is een zwaar element. In deze contact is het voor de Commissie niet mogelijk te spreken over kwaliteit van de zorg zonder over kwantiteit van het personeel te spreken.
Alhoewel de subsidiariteit beperkingen oplegt, willen de ministers van gezondheid begin juni via de open consultatie methode spreken over toegang, kwaliteit en financiering van de gezondheid.
Via verdieping van deze punten willen zij ook op vrijwillige basis akkoorden maken over mobiliteit van de patiënten en sociale zekerheidskaarten.
Als u weet dat de huidige richtlijn over arbeidstijd in Duitsland bij dokters voor grote opschudding zorgt, was de opmerking van de spreker dat dit alles zal gebeuren in samenwerking met de acteurs op het terrein.
De expert van OCDE, J. Hulst heeft de vele informatie waarover zijn diensten beschikt gebruikt om zijn thesis te verdedigen.
De OCDE gaat, in tegenstelling met andere vroegere studies van o.a. Josef Pacolet (KU Leuven), er vanuit dat wij zonder grondige maatregelen afstreven op een ernstig personeelstekort. Dit gedeeltelijk door de veroudering van het personeel en het stijgen van het aantal patiënten.
Ook EUROSTAT heeft onlangs gepubliceerd dat in Europa dokters en verpleegenden ouder worden.
Hoe daar op antwoorden, de uitdagingen zijn vorming, migratie, hervorming van de loon- en werkomstandigheden, verhoging van de productiviteit.
Andere sprekers zoals Jos van de Heuvel van de Raad van Europa ging dieper in op migratiepolitiek. Zijn instelling werkt aan een immigratiedossier met regeringen, werkgevers en professionele organisaties. Een eerste voorstel komt juni op tafel.
Martin Staniforth, voorzitter van de werkgroep “Human Resources” gaf samengevat een aantal “redenen” en “oplossingen” voor de hiervoor geschetste problematiek.
Bij de oorzaken ziet hij increase training, international recruitment, encourage return in practice, more flexible working arrangements, support systems (kinderen), image campaigns, loon, doelstellingen aanpassen en veranderen van werk.
Hiermee gaf de spreker de ideale aanzet voor de namiddag discussie waar nog een vijftal experten hun mening brachten. Hierbij sprak Bert Van Caelenberg, secretaris-generaal van Eurofedop. Hij besloot zijn toespraak met volgende standpunten:

1. The “core business” van ziekenhuizen is het verlenen van zorg. De belangrijkste factor hierbij is diegene die de zorg verleent.
2. De kwaliteit van de zorg verbeteren en aan de toenemende vraag voldoen = meer personeel aanwerven, verhinderen dat teveel mensen afvallen en investeren in permanente vorming = de arbeidsomstandigheden van het personeel verbeteren.
3. Om aan de toenemende zorgbehoefte te voldoen is meer personeel nodig. Losse campagnes volstaan niet. De aanwerving, het behoud en de uitstroom van personeel kunnen niet los van elkaar worden gezien. Elementen van instroom zijn in negatieve vorm soms oorzaken van uitstroom.
4. De hoge werkdruk en de onflexibele flexibiliteit in dit beroep is één van de belangrijkste reden voor het afvallen van personeel. Flexibiliteit zou immers ook moeten betekenen dat een werknemer de tijd kan nemen voor zijn of haar privé-leven en eigen verantwoordelijkheden kan opnemen bij het bepalen van zijn of haar werkschema.
5. Een mogelijkheid om de werkdruk van verpleegkundigen te verminderen en een kwalitatieve zorgverlening naar de patiënt toe te garanderen is het verminderen of verplaatsen van de administratieve en andere bijkomende taken waardoor het personeel een maximum van de tijd met patiënten bezig kan zijn.
6. Daarnaast zou het carrièreperspectief aantrekkelijker moeten zijn, zowel voor nieuwe werknemers als voor meer ervaren personeel. Het is belangrijk dat mensen, onder andere door permanente vorming, het gevoel hebben dat er toekomstperspectief in hun functie zit.
7. Fysieke ongemakken die tot vervroegd uitval leiden zouden uitgerekend in deze sector, door de inzet van nieuwe hulpmiddelen tot een minimum beperkt moeten worden.
8. Een goede sociale dialoog en een individuele begeleiding kunnen veel frustratie, onnodige stress en burnout.voorkomen.
9. Een dialoog op Europees niveau zou een zinvolle bijdrage kunnen leveren in de discussie rond aanwerving en behoud van personeel. Dialoog waar Eurofedop één van de partners is.
Deze gedurfde organisatie paste wel in het geheel van het forum, maar ging er eigelijk ook een beetje in verloren.
Discussie blijft of HOPE op termijn de rol van sociale partner op zich kan nemen. Ondertussen zijn activiteiten zoals deze een informeel platform voor sociale dialoog die gezien de belangrijkheid van de sector meer aandacht verdient van de beleidsmensen.
---------------------
Zie ook verslag op de website van HOPE: http://www.hope.be.

Europese Gezondheids-AGORA VII
Parijs, 27.05.2004
“Human Resources voor Gezondheid: een Europees perspectief”

Conclusies toespraak Bert Van Caelenberg, secretaris-generaal Europese Federatie van het Overheidspersoneel (Eurofedop).
1. The “core business” van ziekenhuizen is het verlenen van zorg. De belangrijkste factor hierbij is diegene die de zorg verleent.
2. De kwaliteit van de zorg verbeteren en aan de toenemende vraag voldoen = meer personeel aanwerven, verhinderen dat teveel mensen afvallen en investeren in permanente vorming = de arbeidsomstandigheden van het personeel verbeteren.
3. Om aan de toenemende zorgbehoefte te voldoen is meer personeel nodig. Losse campagnes volstaan niet. De aanwerving, het behoud en de uitstroom van personeel kunnen niet los van elkaar worden gezien. Elementen van instroom zijn in negatieve vorm soms oorzaken van uitstroom.
4. De hoge werkdruk en de onflexibele flexibiliteit in dit beroep is één van de belangrijkste reden voor het afvallen van personeel. Flexibiliteit zou immers ook moeten betekenen dat een werknemer de tijd kan nemen voor zijn of haar privé-leven en eigen verantwoordelijkheden kan opnemen bij het bepalen van zijn of haar werkschema.

5. Een mogelijkheid om de werkdruk van verpleegkundigen te verminderen en een kwalitatieve zorgverlening naar de patiënt toe te garanderen is het verminderen of verplaatsen van de administratieve en andere bijkomende taken waardoor het personeel een maximum van de tijd met patiënten bezig kan zijn.
6. Daarnaast zou het carrièreperspectief aantrekkelijker moeten zijn, zowel voor nieuwe werknemers als voor meer ervaren personeel. Het is belangrijk dat mensen, onder andere door permanente vorming, het gevoel hebben dat er toekomstperspectief in hun functie zit.
7. Fysieke ongemakken die tot vervroegd uitval leiden zouden uitgerekend in deze sector, door de inzet van nieuwe hulpmiddelen tot een minimum beperkt moeten worden.
8. Een goede sociale dialoog en een individuele begeleiding kunnen veel frustratie, onnodige stress en burn-out.voorkomen.
9. Een dialoog op Europees niveau zou een zinvolle bijdrage kunnen leveren in de discussie rond aanwerving en behoud van personeel. Dialoog waar Eurofedop één van de partners is.

Eurofedop was aanwezig in Straatsburg
Raad van Europa
Sessie van 26 april tot 30 april 2004

De rol van Eurofedop binnen het kader van de werking van de Raad van Europa is tweeledig:
- enerzijds als lid van de stuurgroep bij de NGO-wereld
- anderzijds als waarnemer bij de werkzaamheden van de Parlementaire Assemblee
Hierna volgt een kort verslag van beide structuren.
NGO-structuur:
De stuurgroep heeft zich vooral gebogen over de verdere uitwerking van hun nieuw statuut bij de Raad van Europa.
Sedert januari 2004 hebben de internationale NGO’s, aangesloten bij de raad van Europa een “participatief statuut” in plaats van een “consultatief” statuut.
Dat betekent dat naast het Ministerscomité, de Assemblee en het Congres er een vierde pijler gecreëerd is met name de internationale NGO-wereld.
Dat betekent dat de groep van de NGO’s meer betrokken wordt bij dossiers die behandeld worden door de Assemblee, het Congres en het Comité.
Daarom is het noodzakelijk de werkwijze drastisch te veranderen, te verbeteren en professioneler te maken.

Eurofedop zal daarin een actieve rol spelen, ook naar inbreng voor het bepalen van de plaats van de NGO’s in de “nieuwe grondwet” voor Europa ( art 46).
De Parlementaire Assemblee:
Naast de gebruikelijke debatten over de toetreding van Monaco als 46ste land bij de Raad van Europa, (unaniem aanvaard) waren ondermeer de dossiers over euthanasie en de toestand van de gevangenissen en de arresthuizen aan de orde.
Het dossier euthanasie werd door verwezen naar een werkgroep.
Voor het dossier over de gevangenissen werd ondermeer een aanbeveling gedaan aan het Ministerscomité om in samenwerking met de EU een europees penitentiair charta op te stellen.
In de rand van de vergadering werd er een contestatie over de bevoegdheden van de delegatie van Servië-Montenegro weggestemd.
Johan Vermeire
Secretaris van de Beroepsraad Defensie
02.05.2004

Eurofedop neemt afscheid van twee monumenten bij de Raad van Europa
Straatsburg, 29.05.2004

Tijdens de voorjaarssessie van de Raad van Europa ( 26april- 30april 2004) heeft Eurofedop afscheid genomen van twee persoonlijkheden bij de Raad van Europa.
Eurofedop heeft bij monde van haar Secretaris-Generaal Bert Van Caelenberg en in aanwezigheid haar permanent vertegenwoordiger bij de Raad van Europa Johan Vermeire afscheid genomen van de heer Hans De Jonge, directeur van de externe relaties bij de Secretaris-Generaal van De Raad van Europa.



Bert Van Caelenberg, Hans De Jonge


De Secretaris-Generaal Bert Van Caelenberg onderstreepte in zijn toespraak het professionalisme en het charisma van de heer De Jonge en benadrukte vooral de schitterende geest van samenwerking gedurende vele jaren met de NGO-wereld in het algemeen en met Eurofedop in het bijzonder.

Bert Van Caelenberg, Victor Bolley


Eveneens werd er afscheid genomen van onze waarde vriend en permanent vertegenwoordiger bij de Raad van Europa voor Eurofedop sedert 1974, de heer Victor Bolley.
Woorden van lof en waardering en vooral zijn onbaatzuchtige inzet voor onze organisatie werden in het licht gesteld.
Hans de Jonge en Victor Bolley werden het allerbeste toegewenst en na het uitwisselen van de geschenken werd deze korte plechtigheid in Straatsburg besloten met een zeer gewaardeerde lunch.
Eurofedop dankt jullie beiden heel oprecht.

Hoorzitting met Dhr. Stavros Dimas,
Europees Parlement, 30 maart 2004

Tijdens een buitengewone vergadering in het Europees Parlement vond een ontmoeting plaats tussen Mhr. Stavros Dimas (Nea Demokratia, Griekenland) en de Commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken van het Europees Parlement. Dhr. Dimas is de vervanger van Mevr. Diamantopoulou aan het hoofd van het DG Werkgelegenheid en Sociale Zaken in de Europese Commissie. Voor Eurofedop was Bert Van Caelenberg, Secretaris-Generaal, aanwezig.
Dhr. Dimas beantwoordde vragen in verband met algemene onderwerpen en specifieke thema’s. Wat de Europese Sociale Dialoog betreft, verklaarde hij : “De Commissie volgt de ontwikkelingen op het gebied van de representativiteit op de voet, en de samenstelling van de comités voor de sociale dialoog wordt aangepast, wanneer dat nodig en gerechtvaardigd is. In dit verband stimuleert de Commissie een doeltreffende en brede integratie van organisaties uit de toetredingslanden in de structuren van de Europese sociale dialoog, zowel sectoroverschrijdend als sectorieel. Tevens wordt aandacht geschonken aan de representativiteit van de organisaties uit de nieuwe landen”.

Verscheidene Europarlementsleden namen het woord en stelden bijkomende vragen. Mevr. Miet Smet bijvoorbeeld drong er bij de nieuwe Commissaris op aan om snel werk te maken van het Sociale Europa. Eurofedop sluit zich bij deze vraag aan en hoopt op een vruchtbare samenwerking met Dhr. Dimas. Zo hebben wij reeds een initiatief genomen om een onderhoud aan te vragen met de nieuwe Commissaris. Tijdens dit onderhoud zou het Bestuur van Eurofedop de specifieke problemen van de openbare sector in Europa (o.a. de representativiteit) met de Commissaris willen aankaarten.
Voor meer info :
http://www.europa.eu.int