Verslag
EIPA seminar “European Social Dialogue and Public Administration”
Maastricht, 20-21 September 2004 |
| De Europese Sociale Dialoog heeft, op grond van artikels
138 en 139 van het EG-Verdrag, geleid tot de vastlegging van een groot
aantal richtlijnen op basis van kaderakkoorden die door de social partners
waren overeengekomen. Deze richtlijnen werden in de Europese wetgeving
geïntegreerd en hebben gevolgen voor de werknemers die door de verschillende
staten in hun openbare administratie worden tewerkgesteld.
Deze impact op de openbare administratie geschiedt zonder dat de desbetreffende
organen verantwoordelijk voor de tewerkstellingsvoorwaarden tussenbeide
komen in de onderhandelingen die leiden tot de akkoorden en de richtlijnen.
Het voortdurende onderwerp van debat bestaat in de representatieve rol
van de vakbonden in de sector van de openbare administratie, de oprichting
van een speciek op de openbare administratie gericht orgaan voor de Europese
sociale dialoog, en de oprichting van een gestructureerd platform voor
de vertegenwoordiging van de lidstaten in een dergelijke dialoog.
Het doel van de conferentie van Maastricht was een bijdrage te leveren
tot het debat door een duidelijke voorstelling te geven van de wettelijke
basis van de Europese sociale dialoog en zijn modus operandi, de rol van
de Europese Commissie in dit verband, de wijze waarop werknemers en werkgevers
in het onderhandelingsforum al dan niet vertegenwoordigd zijn, en de strategieën
die door sommige EU-lidstaten worden aangenomen om het proces te beïnvloeden
voordat wetgevende teksten worden goedgekeurd.
Eurofedop werd niet allen vertegenwoordigd door Secretaris generaal, Bert
Van Caelenberg, maar eveneens door vice voorzitter Luc Hamelinck (CCOD)
en de vertegenwoordigers van een aantal aangesloten bonden.
De inleiding door François Ziegler (DG employment and social affairs,
directorate social dialogue and social rights) begon met een schets van
de institutionele context van de europese sociale dialog. Daarnaast gaf
hij een overzicht van de communicaties van de Commissie op dit gebied
en in het bijzonder COM(2004)557 final “Partnership for change in
an enlarged Europe – Enhancing the contribution of European social
dialogue”. In zijn toespraak ging dhr. Ziegler eveneens in op het
belang van de representativiteitsstudies en kondigde hij een vervolgstudie
aan met betrekking tot de openbare administratie in de 10 nieuwe lidstaten.
In een tweede blok werd ingegaan op de creatie van het sectoreel comité
“Local and Regional governemnent”. Na toespraken van de werkgevers-
en werknemerszijde, werd de discussie gevoerd over de resultaten en verwachtingen
van dit comité. Het bleek gezien de recente oprichting van dit
comité (begin 2004) nog niet mogelijk veel resultaten te brengen.
De initiatiefnemer voor dit seminarie, Dhr Robert Polet (EIPA) sprak vervolgens
over “The importance of the social dialogue for central administrations
and its added value at European level”.
In het verder verloop kwamen de nationale bonden en werkgevers aan het
woord. Namens de vakbonden spraken de Eurofedop collega’s Marcella
Gatciava (SLOVES), Willy Russ (DBB), Leodolfo Bettencourt (STE) en Geza
Agg (KSS). Bij de werkgevers was er een interessante tussenkomst van Dominique
Lacambre uit Frankrijk. Hij sloot zich aan bij de positie van STE dat
de werknemers in de openbare dienst nu al getroffen worden door een aantal
europese regels, hetgeen snel handelen noodzaakt.
|
De ministers van het openbaar ambt, en hun regelmatige
informele bijeenkomsten, zijn hierbij de hoofdrolspelers. Als we geloven
in het openbaar ambt zijn we ook verplicht alle instrumenten te gebruiken
die beschikbaar zijn. Een Europese sociale dialoog die geen praatbank
mag worden is daarom ook zeer zinvol en wenselijk volgens deze Franse
werkgever.
Het Nederlands voorzitterschap gaf bij monde van Nico van Dam (Council
for Public Sector Personnel Policy) een overzicht van het totstandkomen
van de huidige Nederlandse reglementering i.v.m. de sociale dialoog bij
de overheid.
Daarna kwam de problematiek van de organisatie van werkgeverszijde aan
bod en probeerde men een antwoord te geven of de werkgevers zich eventueel
via CEEP kunnen verenigen. Hieruit bleek echter dat de meerderheid dit
geen realistisch scenario vindt. Het eindbesluit ligt bij de ministers
van het openbaar ambt die hun directeuren generaal hiertoe kunnen mandateren.
Dhr. Pochet (European Social Observatory) was gevraagd om zijn besluiten
te trekken uit de verschillende tussenkomsten. Het definieren van de “perimeter”
waarin een comité zich kan bewegen zal, volgens hem, altijd ergens
grenzen kennen. Bij de overheid speelt het principe van subsidiariteit
een belangrijke rol. Positief, aldus dhr Pochet, is misschien dat er ook
na de uitbreiding toch nog overal een werkgever te vinden is. Als men
thema’s aankaart moeten die een europese dimensie hebben en er moet
gezocht worden naar nieuwe thema’s (ex. Stress). Met betrekking
tot de representativiteit concludeerde Pochet dat er vooral een probleem
is van vertegenwoordiging. Hij legde hierbij de nadruk op het verschil
tussen “representativity” and “representation”
en onderstreepte dat mandaten vragen één ding is, men moet
vervolgens weten wat er mee te doen. Het heeft weinig zin direct te zoeken
naar een resultaat. Het gaat erom om tijdens de rit vaardigheden en vertrouwen
op te bouwen in een dynamisch proces. Misschien moet er een beroep gedaan
worden op externe experts (EIPA) om een echte visie te ontwikkelen. Dhr.
Pochet was erg kritisch over het resultaat van de Europese Sociale Dialoog.
De meeste “overeenkomsten” blijven steken in algemeenheden.
Van de bestaande europese comités blijkt uit een recente studie
dat zij vooral focussen op punten als wetgeving, modernisering en concurrentie.
Namens EIPA, besloot Dhr Polet de zitting met de volgende conclusies:
- werkgevers in overheidsdiensten zijn ook wettenmakers, hetgeen uniek
is voor de overlegstructuur van de sociale dialoog
- als we bij de overheid werknemers zien zoals in de privé-sector
dan moet men daar ook de vakbondsrechten aan koppelen
- de Europese Commissie is niet afzijdig gebleven (vb. uitbreiding) en
heeft ook aan de openbare administraties regels opgelegd
- door de contacten in de troika en de werkgroepen kunnen de nieuwe lidstaten
een hoop nieuwe ervaringen opdoen
|
 |
European
Security on a Crossroads
16-17.09.2004. Luxemburg (Jean Monnet Centrum) |
|
Voor vakbondsmensen is het van groot belang dat ze in
het kader van de Europese integratie inzicht hebben in en kennis hebben
van juridische, organisatorische en toekomstige verbanden. Dat geldt inzonderheid
voor vakbondsafgevaardigden in de veiligheidsdiensten.
Het waarborgen van de binnen- en buitenlandse veiligheid is een onafwijsbare
taak van de nationale en Europese politiek. Die moet daarvoor de nodige
middelen beschikbaar stellen en bij grensoverschrijdende samenwerking
tussen politiediensten voor een duidelijke indekking van de optredende
politiemensen zorgen.

Hermann
Feiner, Chairman of the Trade Council Police (Germany)
Dr. H. Pirker, European expert immigration and asylum policy (Austria)
Pim Gooijers, Chairman of the Trade Council Defence (The Netherlands)
Of de burgers uiteindelijk veiligheid gewaarborgd kan worden, hangt in
de eerste plaats af van een voldoende personeelsbestand, van gepaste sociale
en professionele vooruitzichten voor alle medewerkers en van de beschikbare
technische ondersteuning. De beroepsraden Politie/Europese Politie-Unie
(EPU) en Landsverdediging van EUROFEDOP roepen de politieke wereld op
om af te zien van toekomstige beperkingen op veiligheidsgebied en de huidige
middelen massaal uit te breiden.
Efficiënt en succesvol vakbondswerk vereist een groot engagement
in sociale aangelegenheden en een omvangrijke kennis van internationale
verbanden. Deze conferentie van beroepsmensen heeft zeker aan een zeer
grote uitbreiding van die kennis bijgedragen. Voor de deelnemers is het
belangrijk dat die inzichten en de noodzaak van een Europese vakbondswerking
ook tot de nationale vakbondswerking doordringen en tot een betere kennis
van de manier van werken van de Europese Unie bijdragen.

Bert
Van Caelenberg, Secretary General of Eurofedop
|

Jérôme
Glorie, Director General, Prevention, Ministry of the Interior (Belgium)
Pim Gooijers, Chairman of the Trade Council Defence (The Netherlands)

Mag.
Peter Gridling - EUROPOL Den Haag (The Netherlands)


Extra Info:
- Signature of declaration of intent for a European
gendarmerie force
- Gijs de Vries reports on terrorism to EP |
 |
Ondertekening
intentieverklaring European Gendarmerie Force
Noordwijk (NL), 16-17.09.2004 |
| De ministers van Defensie van Frankrijk, Italië,
Spanje, Portugal en Nederland hebben vanmorgen een intentieverklaring
ondertekend tot de oprichting van een European Gendarmerie Force (EGF).
De ondertekening vond plaats tijdens de informele bijeenkomst van ministers
van Defensie van de Europese Unie, in Noordwijk (Nederland).
De European Gendarmerie Force is een politiemacht met militaire status.
Hoewel de EGF binnen het gehele spectrum aan politiemissies taken kan
uitvoeren, is zij bij uitstek geschikt om tijdens of direct na een militair
optreden te worden ingezet voor de handhaving van openbare orde en veiligheid
en in situaties waar lokale politie niet (voldoende) inzetbaar is. De
snel inzetbare EGF moet ook kunnen opereren ter ondersteuning van de bestrijding
van georganiseerde criminaliteit en bescherming van deelnemers aan civiele
missies. De EGF is een multinationale eenheid die niet alleen aangeboden
wordt aan de EU, maar ook aan de VN, de OVSE en de NAVO. De Franse minister
van Defensie, mevrouw Alliot-Marie, nam in 2003 het initiatief voor de
oprichting van de EGF. De totstandkoming van het hoofdkwartier in Vicenza
(Italië), is voorzien begin 2005. De planning is dat de EGF eind
2005 operationeel is.
Dutch Defence Minister Henk Kamp,
Secretary-General Javier Solana,
French Defence Minister Michle Alliot-Marie,
German Defence Minister Peter Struck.
|
Minister van Defensie Henk Kamp zei na afloop van de ondertekening dat
hij “blij was dat deze mijlpaal in Noordwijk bereikt kon worden”.
Hij zei er van overtuigd te zijn dat deze eenheid “een belangrijke
overbrugging is tussen militaire en civiele politie eenheden”.

|
 |
UGL –
Openbare diensten samen in Rome
Rome (Italië), 07.09.2004 |
|
De voorzit(st)ters van de verschillende sectoren bespraken
organisatorische en vakbondsactuele problemen van de openbare dienst in
Italië. De nakende sociale verkiezingen vergen zoals in Oostenrijk
volle inzet van militanten en vakbondsleiders.

|
De secretaris-generaal van Eurofedop, Bert Van Caelenberg,
informeerde over voorbije acties en stond stil bij de positieve resultaten
van het Ierse voorzitterschap voor de sociale dialoog. Hij feliciteerde
voor de inzet vóór en tijdens het Italiaanse voorzitterschap.
Renata Polverini opgenomen in het bestuur van Eurofedop heeft vanuit haar
ervaring in het Europees Sociaal en Economisch Comité hier toe bijgedragen.
Ook werd lof gebracht aan de collega’s van Eurofedop van o.a. CCOD/CCSP.
Zij hebben als experts veel bijgedragen aan de vorming van de militanten.
Dit werkjaar zal naast deelname aan komende zittingen een studiebezoek gebracht
worden aan Brussel. Dit kadert in de doelstelling om op korte termijn de
nationale UGL verantwoordelijken 100 % te laten deelnemen aan het houden
en versterken van de Europese Sociale Dialoog. |
 |
VIIe Europese
Gezondheids-Agora
Parijs (Frankrijk), 27.05.2004
Europese Commissie overtuigd van de belangrijkheid van de sector |
In zijn toespraak gaf een expert van de Commissie
aan dat in de 15 lidstaten de gezondheidssector 10% van de financiën
uitmaakt; bij de nieuwe 10 landen is dit 6%. Dit alleen al zal door de inhaaloperatie
een sterke economische invloed hebben. Verder is er de verouderingscurve
bij het personeel, waar nu al tussen 45 en 55 jaar het gros tewerkgesteld
is.
Ook de demografie van de bevolking is een zwaar element. In deze contact
is het voor de Commissie niet mogelijk te spreken over kwaliteit van de
zorg zonder over kwantiteit van het personeel te spreken.
Alhoewel de subsidiariteit beperkingen oplegt, willen de ministers van gezondheid
begin juni via de open consultatie methode spreken over toegang, kwaliteit
en financiering van de gezondheid.
Via verdieping van deze punten willen zij ook op vrijwillige basis akkoorden
maken over mobiliteit van de patiënten en sociale zekerheidskaarten.
Als u weet dat de huidige richtlijn over arbeidstijd in Duitsland bij dokters
voor grote opschudding zorgt, was de opmerking van de spreker dat dit alles
zal gebeuren in samenwerking met de acteurs op het terrein.
De expert van OCDE, J. Hulst heeft de vele informatie waarover zijn diensten
beschikt gebruikt om zijn thesis te verdedigen.
De OCDE gaat, in tegenstelling met andere vroegere studies van o.a. Josef
Pacolet (KU Leuven), er vanuit dat wij zonder grondige maatregelen afstreven
op een ernstig personeelstekort. Dit gedeeltelijk door de veroudering van
het personeel en het stijgen van het aantal patiënten.
Ook EUROSTAT heeft onlangs gepubliceerd dat in Europa dokters en verpleegenden
ouder worden.
Hoe daar op antwoorden, de uitdagingen zijn vorming, migratie, hervorming
van de loon- en werkomstandigheden, verhoging van de productiviteit.
Andere sprekers zoals Jos van de Heuvel van de Raad van Europa ging dieper
in op migratiepolitiek. Zijn instelling werkt aan een immigratiedossier
met regeringen, werkgevers en professionele organisaties. Een eerste voorstel
komt juni op tafel.
Martin Staniforth, voorzitter van de werkgroep “Human Resources”
gaf samengevat een aantal “redenen” en “oplossingen”
voor de hiervoor geschetste problematiek.
Bij de oorzaken ziet hij increase training, international recruitment, encourage
return in practice, more flexible working arrangements, support systems
(kinderen), image campaigns, loon, doelstellingen aanpassen en veranderen
van werk.
Hiermee gaf de spreker de ideale aanzet voor de namiddag discussie waar
nog een vijftal experten hun mening brachten. Hierbij sprak Bert Van Caelenberg,
secretaris-generaal van Eurofedop. Hij besloot zijn toespraak met volgende
standpunten: |
1. The “core business” van ziekenhuizen
is het verlenen van zorg. De belangrijkste factor hierbij is diegene die
de zorg verleent.
2. De kwaliteit van de zorg verbeteren en aan de toenemende vraag voldoen
= meer personeel aanwerven, verhinderen dat teveel mensen afvallen en
investeren in permanente vorming = de arbeidsomstandigheden van het personeel
verbeteren.
3. Om aan de toenemende zorgbehoefte te voldoen is meer personeel nodig.
Losse campagnes volstaan niet. De aanwerving, het behoud en de uitstroom
van personeel kunnen niet los van elkaar worden gezien. Elementen van
instroom zijn in negatieve vorm soms oorzaken van uitstroom.
4. De hoge werkdruk en de onflexibele flexibiliteit in dit beroep is één
van de belangrijkste reden voor het afvallen van personeel. Flexibiliteit
zou immers ook moeten betekenen dat een werknemer de tijd kan nemen voor
zijn of haar privé-leven en eigen verantwoordelijkheden kan opnemen
bij het bepalen van zijn of haar werkschema.
5. Een mogelijkheid om de werkdruk van verpleegkundigen te verminderen
en een kwalitatieve zorgverlening naar de patiënt toe te garanderen
is het verminderen of verplaatsen van de administratieve en andere bijkomende
taken waardoor het personeel een maximum van de tijd met patiënten
bezig kan zijn.
6. Daarnaast zou het carrièreperspectief aantrekkelijker moeten
zijn, zowel voor nieuwe werknemers als voor meer ervaren personeel. Het
is belangrijk dat mensen, onder andere door permanente vorming, het gevoel
hebben dat er toekomstperspectief in hun functie zit.
7. Fysieke ongemakken die tot vervroegd uitval leiden zouden uitgerekend
in deze sector, door de inzet van nieuwe hulpmiddelen tot een minimum
beperkt moeten worden.
8. Een goede sociale dialoog en een individuele begeleiding kunnen veel
frustratie, onnodige stress en burnout.voorkomen.
9. Een dialoog op Europees niveau zou een zinvolle bijdrage kunnen leveren
in de discussie rond aanwerving en behoud van personeel. Dialoog waar
Eurofedop één van de partners is.
Deze gedurfde organisatie paste wel in het geheel van het forum, maar
ging er eigelijk ook een beetje in verloren.
Discussie blijft of HOPE op termijn de rol van sociale partner op zich
kan nemen. Ondertussen zijn activiteiten zoals deze een informeel platform
voor sociale dialoog die gezien de belangrijkheid van de sector meer aandacht
verdient van de beleidsmensen.
---------------------
Zie ook verslag op de website van HOPE: http://www.hope.be.
|
 |
Europese Gezondheids-AGORA
VII
Parijs, 27.05.2004
“Human Resources voor Gezondheid: een Europees perspectief” |
Conclusies toespraak Bert Van Caelenberg, secretaris-generaal
Europese Federatie van het Overheidspersoneel (Eurofedop).
1. The “core business” van ziekenhuizen is het verlenen van
zorg. De belangrijkste factor hierbij is diegene die de zorg verleent.
2. De kwaliteit van de zorg verbeteren en aan de toenemende vraag voldoen
= meer personeel aanwerven, verhinderen dat teveel mensen afvallen en investeren
in permanente vorming = de arbeidsomstandigheden van het personeel verbeteren.
3. Om aan de toenemende zorgbehoefte te voldoen is meer personeel nodig.
Losse campagnes volstaan niet. De aanwerving, het behoud en de uitstroom
van personeel kunnen niet los van elkaar worden gezien. Elementen van instroom
zijn in negatieve vorm soms oorzaken van uitstroom.
4. De hoge werkdruk en de onflexibele flexibiliteit in dit beroep is één
van de belangrijkste reden voor het afvallen van personeel. Flexibiliteit
zou immers ook moeten betekenen dat een werknemer de tijd kan nemen voor
zijn of haar privé-leven en eigen verantwoordelijkheden kan opnemen
bij het bepalen van zijn of haar werkschema.
|
5. Een mogelijkheid om de werkdruk van verpleegkundigen
te verminderen en een kwalitatieve zorgverlening naar de patiënt
toe te garanderen is het verminderen of verplaatsen van de administratieve
en andere bijkomende taken waardoor het personeel een maximum van de tijd
met patiënten bezig kan zijn.
6. Daarnaast zou het carrièreperspectief aantrekkelijker moeten
zijn, zowel voor nieuwe werknemers als voor meer ervaren personeel. Het
is belangrijk dat mensen, onder andere door permanente vorming, het gevoel
hebben dat er toekomstperspectief in hun functie zit.
7. Fysieke ongemakken die tot vervroegd uitval leiden zouden uitgerekend
in deze sector, door de inzet van nieuwe hulpmiddelen tot een minimum
beperkt moeten worden.
8. Een goede sociale dialoog en een individuele begeleiding kunnen veel
frustratie, onnodige stress en burn-out.voorkomen.
9. Een dialoog op Europees niveau zou een zinvolle bijdrage kunnen leveren
in de discussie rond aanwerving en behoud van personeel. Dialoog waar
Eurofedop één van de partners is.
|
 |
|
Eurofedop
was aanwezig in Straatsburg
Raad van Europa
Sessie van 26 april tot 30 april 2004 |
De rol van Eurofedop binnen het kader van de
werking van de Raad van Europa is tweeledig:
- enerzijds als lid van de stuurgroep bij de NGO-wereld
- anderzijds als waarnemer bij de werkzaamheden van de Parlementaire Assemblee
Hierna volgt een kort verslag van beide structuren.
NGO-structuur:
De stuurgroep heeft zich vooral gebogen over de verdere uitwerking van hun
nieuw statuut bij de Raad van Europa.
Sedert januari 2004 hebben de internationale NGO’s, aangesloten bij
de raad van Europa een “participatief statuut” in plaats van
een “consultatief” statuut.
Dat betekent dat naast het Ministerscomité, de Assemblee en het Congres
er een vierde pijler gecreëerd is met name de internationale NGO-wereld.
Dat betekent dat de groep van de NGO’s meer betrokken wordt bij dossiers
die behandeld worden door de Assemblee, het Congres en het Comité.
Daarom is het noodzakelijk de werkwijze drastisch te veranderen, te verbeteren
en professioneler te maken.
|
Eurofedop zal daarin een actieve rol spelen,
ook naar inbreng voor het bepalen van de plaats van de NGO’s in
de “nieuwe grondwet” voor Europa ( art 46).
De Parlementaire Assemblee:
Naast de gebruikelijke debatten over de toetreding van Monaco als 46ste
land bij de Raad van Europa, (unaniem aanvaard) waren ondermeer de dossiers
over euthanasie en de toestand van de gevangenissen en de arresthuizen
aan de orde.
Het dossier euthanasie werd door verwezen naar een werkgroep.
Voor het dossier over de gevangenissen werd ondermeer een aanbeveling
gedaan aan het Ministerscomité om in samenwerking met de EU een
europees penitentiair charta op te stellen.
In de rand van de vergadering werd er een contestatie over de bevoegdheden
van de delegatie van Servië-Montenegro weggestemd.
Johan Vermeire
Secretaris van de Beroepsraad Defensie
02.05.2004
|
 |
|
Eurofedop
neemt afscheid van twee monumenten bij de Raad van Europa
Straatsburg, 29.05.2004 |
Tijdens de voorjaarssessie van
de Raad van Europa ( 26april- 30april 2004) heeft Eurofedop afscheid genomen
van twee persoonlijkheden bij de Raad van Europa.
Eurofedop heeft bij monde van haar Secretaris-Generaal Bert Van Caelenberg
en in aanwezigheid haar permanent vertegenwoordiger bij de Raad van Europa
Johan Vermeire afscheid genomen van de heer Hans De Jonge, directeur van
de externe relaties bij de Secretaris-Generaal van De Raad van Europa.

Bert Van Caelenberg, Hans De Jonge
De Secretaris-Generaal Bert Van Caelenberg onderstreepte in zijn toespraak
het professionalisme en het charisma van de heer De Jonge en benadrukte
vooral de schitterende geest van samenwerking gedurende vele jaren met
de NGO-wereld in het algemeen en met Eurofedop in het bijzonder.
|

Bert Van Caelenberg, Victor Bolley
Eveneens werd er afscheid genomen van onze waarde vriend en permanent
vertegenwoordiger bij de Raad van Europa voor Eurofedop sedert 1974, de
heer Victor Bolley.
Woorden van lof en waardering en vooral zijn onbaatzuchtige inzet voor
onze organisatie werden in het licht gesteld.
Hans de Jonge en Victor Bolley werden het allerbeste toegewenst en na
het uitwisselen van de geschenken werd deze korte plechtigheid in Straatsburg
besloten met een zeer gewaardeerde lunch.
Eurofedop dankt jullie beiden heel oprecht.
|
 |
|
Hoorzitting
met Dhr. Stavros Dimas,
Europees Parlement, 30 maart 2004 |
Tijdens een buitengewone vergadering in het Europees
Parlement vond een ontmoeting plaats tussen Mhr. Stavros Dimas (Nea Demokratia,
Griekenland) en de Commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken van het Europees
Parlement. Dhr. Dimas is de vervanger van Mevr. Diamantopoulou aan het hoofd
van het DG Werkgelegenheid en Sociale Zaken in de Europese Commissie. Voor
Eurofedop was Bert Van Caelenberg, Secretaris-Generaal, aanwezig.
Dhr. Dimas beantwoordde vragen in verband met algemene onderwerpen en specifieke
thema’s. Wat de Europese Sociale Dialoog betreft, verklaarde hij :
“De Commissie volgt de ontwikkelingen op het gebied van de representativiteit
op de voet, en de samenstelling van de comités voor de sociale dialoog
wordt aangepast, wanneer dat nodig en gerechtvaardigd is. In dit verband
stimuleert de Commissie een doeltreffende en brede integratie van organisaties
uit de toetredingslanden in de structuren van de Europese sociale dialoog,
zowel sectoroverschrijdend als sectorieel. Tevens wordt aandacht geschonken
aan de representativiteit van de organisaties uit de nieuwe landen”.
|
Verscheidene
Europarlementsleden namen het woord en stelden bijkomende vragen. Mevr.
Miet Smet bijvoorbeeld drong er bij de nieuwe Commissaris op aan om snel
werk te maken van het Sociale Europa. Eurofedop sluit zich bij deze vraag
aan en hoopt op een vruchtbare samenwerking met Dhr. Dimas. Zo hebben
wij reeds een initiatief genomen om een onderhoud aan te vragen met de
nieuwe Commissaris. Tijdens dit onderhoud zou het Bestuur van Eurofedop
de specifieke problemen van de openbare sector in Europa (o.a. de representativiteit)
met de Commissaris willen aankaarten.
Voor meer info :
http://www.europa.eu.int
|
 |
|