Verklaring
(Ontwerp)

De delegaties van de belangengroepen van de Duitse, Oostenrijkse, Kroatische en Slowaakse grenswacht- en politiebonden alsook de vakbonden op het Ministerie van Binnenlandse Zaken van de Hongaarse Republiek, allen leden van Eurofedop, hebben op 1 oktober 2002 op het Centraal Commando van de Grenswacht in Boedapest overleg gepleegd. Voor het Uitvoerend Bestuur was Igor Lensky, Vice-Voorzitter voor Midden- en Oost-Europa, aanwezig.
De deelnemers aan het overleg hebben een akkoord bereikt over toekomstige samenwerking en de coördinatie van gemeenschappelijke taken.
De uitbreiding van de Europese Unie stelt hoge eisen aan het gezamenlijk garanderen van de openbare veiligheid en van de gedeelde verantwoordelijkheid voor de bescherming van de buitengrenzen van de Europese Unie. De in Boedapest aanwezige vakbondsmensen beschouwen de coördinatie van de gemeenschappelijke taken daarom als een ontzettend belangrijke opdracht.
De delegaties zijn het erover eens geworden om geregeld overleg te plegen en een gecoördineerd beleid te voeren in verband met de belangenverdediging van het personeel bij de politie, de grenswacht, de brandweer en de civiele bescherming.
De deelnemers steunen de uitbouw en versterking van de organisaties in de sectoren openbare veiligheid en grensbewaking van de landen die tot de Europese Unie zullen toetreden. Ze houden het voor noodzakelijk dat alle maatregelen in verband met uitbreiding van de Europese Unie, bijvoorbeeld de uitbouw van de buitengrenscontroles en de overname van de Europese veiligheidsnorm, met financiële middelen van de Europese Unie ondersteund worden.
De veiligheidsorganisaties van de toetredingskandidaten en hun personeel moeten op de veiligheidsnorm van de Europese Unie voorbereid worden. Dat stelt hoge eisen aan de opleiding en nascholing en aan de organisatiestructuur die nog ontwikkeld moet worden.
De deelnemers aan het overleg zijn ervan overtuigd dat de dienst- en arbeidsvoorwaarden van het veiligheids- en grenswachtpersoneel vorm moeten krijgen overeenkomstig de taken die het moet uitvoeren, en de loonvoorwaarden overeenkomstig de eisen waaraan het moet voldoen. Een vergelijkbare betaling van het veiligheids- en grenswachtpersoneel binnen de Europese Unie moet het doel zijn.
De delegaties evalueren de steun voor de toetredingskandidaten op het gebied van openbare veiligheid en grenswacht door de lidstaten van de Europese Unie als heel essentieel en ze beoordelen die steun als succesvol.
De vakbondsvertegenwoordigers zijn het erover eens dat de juridische raam- en arbeidsvoorwaarden voor de behartiging van de belangen van de leden dezelfde moeten zijn voor alle vakbonden in de Europese Unie, maar inzonderheid voor die in de sectoren veiligheid en grensbewaking. Ze richten een oproep tot de internationale belangengroepen, de Europese politiebond EPU en Eurofedop, zich effectief hiervoor in te zetten.
De delegaties spreken hun grote waardering uit voor de Hongaarse grenswacht bij de uitbouw van hun buitengrenzen als toekomstige Europese buitengrenzen waar een hoge veiligheidsnorm in acht genomen wordt. Ze vinden het belangrijk dat de Hongaarse grenswacht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de regering de nodige politieke en financiële steun krijgt om aan de toekomstige eisen te beantwoorden.
De vertegenwoordigers van de Hongaarse grenswachtersbond en de federatie van bondsgrenspolitie hebben afgesproken om in september 2003 in Boedapest een conferentie te houden over de situatie van grenspolitie in de Midden- en Oost-Europese landen en de arbeids- en levensvoorwaarden van haar personeel.
Boedapest, 1 oktober 2002

SEMINARIE EUROFEDOP / URSH / WCT
20-22.09.2002, Pula (Kroatië)
BERICHT

"Sociaal charter en sociale dialoog : rol van de Europese Unie en de Raad van Europa in een sociaal Europa"

Van 20 tot 22 september had in Pula (Kroatië) een seminarie plaats voor de leden van URSH (Worker's Trade Union Association of Croatia).
Dit initiatief in samenwerking met WCT (World Confederation of Teachers) ging door onder de titel "Sociaal charter en sociale dialoog : rol van de Europese Unie en de Raad van Europa in een sociaal Europa".
Een aantal experten hebben de verschillende thema's toegelicht. Zo sprak Dhr. Gaston Delahay (WCT) over de Raad van Europa en Johan Vermeire (Eurofedop) over het "Europees sociaal charter. Een verdrag van de Raad van Europa dat de mensenrechten beschermt".
De tweede dag stond in het teken van de sociale dialoog.
Prof. Dr. Vlado Puljiz (chair of social policy, Law School, Universiteit van Zagreb) sprak over de "Sociale situatie en hervormingen in Kroatië".
Dhr. Bert Van Caelenberg (secretaris-generaal Eurofedop) lichtte de sectoriële dialoog toe en gaf een overzicht van de acties en resultaten van Eurofedop op sectorieel vlak.
Dhr. Helmut Skala (GÖD-FCG) belichtte de Europese sociale dialoog als kracht voor informatie en verandering.
Dr. Igor Lensky sprak vanuit zijn ervaring en als vice-voorzitter van Eurofedop voor Centraal- en Oost-Europa over de "Ontwikkeling van de rol van de sociale dialoog in de strategie voorafgaand aan de toetreding".
De doelstelling van het seminarie om samen partners te worden in de Europese sociale dialoog werd zeker bereikt. Ruimer nog, de discussies en de zeer actieve deelname van militanten van URSH en van de onderwijsvakbond WCT benadrukten de nood aan een echte sociale dialoog in Kroatië. Initiatieven zullen door ons genomen worden om de ratificatie van het sociaal charter door het Kroätisch Parlement te bespoedigen.
De onderwijsbonden zullen hun contacten met WCT (Europa) intensifieren.
Een delegatie van URSH zal op 20-22.11.2002 in Luxemburg samen met de leden van de beroepsraden verder werken aan de integratie van hun organisatie in de Europese vakbondsstrijd.
BVC

WVA VOORSTANDER VAN STRATEGIEWIJZIGING BINNEN DE IFI’S

Van 21 tot en met 23 oktober kwamen vakbondsleiders van 92 organisaties die verbonden zijn aan het WVA en aan Global Unions samen in Washington om de Wereldbank en het IMF op het hoogste niveau te interpelleren over hun beleid. De debatten gingen onder meer over privatisering, armoedebestrijding, hervorming van de internationale financiële architectuur, de internationale arbeidsnormen en schuldverlichting voor derdewereldlanden.
Een dergelijke ontmoeting is een belangrijk element. Vakbonden hebben immers niet vaak de kans om delegaties van het IMF/WB op dit niveau te ontmoeten.
Het WVA liet van in het begin nogmaals duidelijk verstaan dat het graag wil dat het IMF en de Wereldbank hun doelstellingen verduidelijken. Een strategiewijziging is immers absoluut noodzakelijk. Laten we duidelijk wezen, gezien de omvang van de sociale crisis in de hele wereld moeten de internationale financiële instellingen toegeven dat hun oplossingen niet altijd beantwoordden aan de verwachtingen. Het is hoog tijd dat het IMF en de WB hun maatregelen aanpassen aan de reële internationale context, dat ze naar de derde wereld luisteren en oog hebben voor het probleem van de internationale arbeidsnormen. Het IMF en de WB moeten echt bereid zijn in hun beleid rekening te houden met de werknemersrechten.

TEGEN EEN OPGELEGD PRIVATISERINGSMODEL

De vakbondsleiders die in Washington aanwezig waren, plaatsten niet zonder reden vraagtekens bij het beleid van het IMF en de Wereldbank. De vakbonden wensen dat het beleid op democratische wijze wordt besproken, dat het een toegankelijke, kwaliteitsvolle en doeltreffende dienstverlening waarborgt en niet vastgeknoopt is aan een privatiseringsmodel dat aan de hele wereld wordt opgelegd. Bovendien moet elke nationale en internationale actor zijn verantwoordelijkheid op zich nemen in dit beleid dat sociale uitsluiting veroorzaakt. Meer democratie, meer transparantie, grotere betrokkenheid binnen de instellingen van Bretton Woods zijn volgens de vakbonden factoren die kunnen bijdragen tot grotere sociale rechtvaardigheid. De IFI’s stellen dat privatiseringen belangrijk zijn om de monopoliepositie van de staat te breken. Bestaat de juiste oplossing er dan in privé-monopolies te creëren?


Situatie van de werknemers in telecommunicatiebedrijven in Croatië en Slowakije

De topvertegenwoordigers van de EUROFEDOP-bonden uit Duitsland (DPVKOM), Slowakije (SOZPT) en Kroatië (RSR HPT) hebben elkaar op 15 mei 2002 in Bonn ontmoet en er de situatie van de werknemers in telecommunicatiebedrijven kritisch besproken. Ze keuren de onderstaande resolutie goed:
1. De sociale dialoog in Slowakije wekt ontevredenheid bij de werknemers en de vakbonden. In Kroatië is er geen sociale dialoog. Dat leidt tot onnodige problemen in de telecommunicatiebedrijven.
2. Elke dag groeit in deze beide landen door de inbreuken op de arbeidswetten en de collectieve arbeidsovereenkomsten de bezorgdheid over de tewerkstelling en de sociale toekomst van de werknemers. Dat leidt in Kroatië en Slowakije ook tot imagoverlies voor Deutsche Telekom, dat in beide landen meerderheidsaandeelhouder is.
3. In Slowakije moet worden vastgesteld dat vele werknemers na de overname van de meerderheid door Deutsche Telekom hun baan verloren hebben.

Die tendens wordt in Kroatië met bezorgdheid gadegeslagen, omdat de handelwijze van de vertegenwoordigers van Deutsche Telekom in het bestuur van Kroatische Telekom (HT) bijna identiek is aan die van de vertegenwoordigers van DT in het bestuur van de Slowaakse Telekom.
4. Steeds slechtere bedrijfsresultaten wijzen erop dat de werking van de bestuursorganen van deze vennootschappen beneden de verwachtingen blijft. De slechte resultaten brengen de tewerkstelling en de sociale toekomst van de werknemers in Kroatië en Slowakije in gevaar.
De vakbonden verwachten een verbetering van de situatie in Kroatië en Slowakije en eisen tevens steun vanwege Deutsche Telekom.

Jan Martinovic Jadranko Vehar Horst Sayffaerth
Voorzitter SOZPT Voorzitter RSR HPT Vice-voorzitter DPVKOM


VERGADERING VAN DE TROIKA VAN DE DIRECTEURS-GENERAAL VERANTWOORDELIJK VOOR DE OVERHEIDSBESTUREN EN DE VAKBONDEN
Madrid, 13 juni 2002

Het bijna voltallig Dagelijks Bestuur van EUROFEDOP heeft deelgenomen aan de TROIKA van de directeurs-generaal, verantwoordelijk voor de overheidsbesturen, en de vakbonden in Madrid op 13 juni 2002, onder het Spaans voorzitterschap.
Ook EPSU (Europese vereniging van vakbonden in de collectieve sector) en USSP/CESI (unie van overheidsvak-bonden en Europese confederatie van onafhankelijke vakbonden) hadden een ruime delegatie gestuurd.
Door de gevulde dagorde en een overvloedige informatie bleef er maar weinig tijd over voor een discussie.
Er werd in hoofdzaak gepraat over de RESOLUTIES VAN DE MINISTERS VERANTWOORDE-LIJK VOOR DE OVERHEIDSBESTUREN (RIOJA), waarin ze het actieprogramma goedkeuren van de directeurs-generaal die op 27 en 28 mei 2002 in RIOJA samen waren.
Human resources
De ministers beschouwen de human resources als de spil van de modernisering van de overheidsbesturen. Ze hebben de directeurs-generaal dan ook gevraagd om met hun werk-zaamheden door te gaan in de groep "human resources". Bedoeling moet zijn om de over-heidsdiensten aan te passen aan de demografische evolutie van onze maatschappij en om de nieuwe informatie- en communicatietechnologieën in hun beheer in te passen.
In die context onderstrepen ze dat het belangrijk is hun oorspronkelijke functie en het ononderbroken uitvoeren ervan te verzekeren.
Innoverende overheidsdiensten
De ministers zijn ervan overtuigd dat de kwaliteit van de service van de overheidsbesturen één van de basispijlers moet zijn van de actie van de Europese overheidsbesturen. Daarom steunen ze de organisatie van de tweede Europese conferentie over kwalitatief sterke overheidsdiensten die in oktober 2002 zal plaatsvinden in Kopenhagen.
Ze vragen aan de directeurs-generaal om een dergelijk initiatief regelmatig te herhalen.
Ze zijn van mening dat er een Gemeenschappelijk evaluatiekader (CAF) moet worden opge-maakt met het oog op een betere kwaliteit. Ze vragen dat de directeurs-generaal die taak op zich zouden nemen.
Ze ondersteunen de werkzaamheden die op dat vlak reeds werden gestart, meer bepaald deze die tot doel hebben een Europees vergelijkings- en evolutienetwerk (EBN) op te rich-ten van de beste administratieve praktijken.
Ze moedigen initiatieven aan die tot doel hebben het gebruik van de performantie-indica-toren te veralgemenen.
Elektronisch bestuur
De ministers verbinden er zich toe om een beleid te voeren dat het mogelijk moet maken elektronische overheidsdiensten in te stellen tegen 2005.
Ze gaan door met de uitwisseling van hun ervaringen inzake interne reorganisatie van de overheidsbesturen en ze herbevestigen de noodzaak van een coherent Europees beleid op het vlak van de elektronische identificatie en legalisering.
Ze dringen erop aan dat de verschillende niveaus van de overheidsbesturen (lokaal, regionaal, nationaal, Europees) en de private sector bij die operatie betrokken zouden worden.
Kwaliteit van de regelgeving
Het rapport MANDELKERN formuleert een aantal aanbevelingen voor een betere kwaliteit van de regelgeving. Dit is een prioriteit voor de goede werking van de Unie in het vooruit-zicht van haar uitbreiding.
Ze draagt de groep Mandelkern op regelmatig verslag uit te brengen over zijn actieplan en over de resultaten van de toepassing van de technieken voor de kwaliteit van de onderhan-delingen in de lidstaten.

Uitbreiding van de Europese unie
De volgende uitbreiding van de EU zal gevolgen hebben op de ontwikkeling van de samen-werkingsprogramma’s.
De kandidaat-lidstaten worden uitgenodigd om onder het Deens voorzitterschap deel te nemen aan een vergadering met de directeurs-generaal.
Sociale dialoog
De ministers, die het belang hebben onderstreept van de sociale dialoog, moedigen de di-recteurs-generaal aan verder te gaan met de uitwisseling van informatie met de Europese vakbonden, via de vergaderingen ingevoerd door de TROIKA.
Ze vragen aan de commissie om de studie af te werken over de representativiteitscriteria van de vakbonden op het niveau van de Unie.
Prioriteiten van de werkgroep "human resources" (directeurs-generaal) tot 31.12.2003
1. de vermindering en het opruimen van de formele en informele obstakels voor het vrij ver-keer tussen de overheidsbesturen van de lidstaten (nationaliteitsvoorwaarde, di-ploma, erkenning van de anciënniteit en de beroepservaring)
2. de invloed van de nieuwe informatie- en communicatietechnologieën op de noden en het beheer van het human resources management
3. de gevolgen van de demografische evolutie (vergrijzing van de bevolking) van de lidsta-ten en hun overheidsbesturen op de arbeidsmarkt van de besturen, die een invloed zal hebben op de verhoging van de prestaties en het verlies aan werkkrachten. Dit thema moet in verband worden gebracht met de studie over de factoren die invloed hebben op de aantrekkelijkheid van de tewerkstelling in de overheidsdiensten en de evolutie van de rendementsgebonden bezoldiging
4. de opleiding moet een bijzonder aandachtspunt zijn.
De prioriteiten van het Deens voorzitterschap
In het tweede halfjaar 2002 staan volgende prioriteiten op de agenda van het Deens voorzit-terschap:
- de tweede conferentie over de kwaliteit van de openbare dienst, in Kopenhagen van 2 tot 4 oktober 2002
- het opstellen van een nieuwe versie van het Algemeen Evaluatiekader (CAF) over de kwaliteit van de openbare dienst
- de definitie van een vereenvoudigde verslagprocedure voor het doorspelen van informa-tie over "e-governement"
- in verband met human resources management, zal de aandacht vooral uitgaan naar de mo-biliteit van de werknemers (het opruimen van obstakels) en de gevolgen van de vergrijzing van de actieve bevolking (gevolgen van de demografische evolutie op het aan-wervingsbeleid).
In november 2002 zou er een nieuwe ontmoeting Troïka - vakbonden moeten plaatsvinden.
J-PD


Stand van zaken KPN Telecom Nederland
KPN Telecom

Eind 2001 zijn de werknemers bij KPN Telecom geconfronteerd met de dramatische financiële situatie waardoor ruim 4800 banen geschrapt moeten worden. In overleg met de vakbonden is een sociaal plan opgesteld om dit collectief ontslag verder te begeleiden. Ruim 2300 werknemers maken gebruik van een vrijwillige financiële vertrekregeling of gaan eerder met VUT. De overige werknemers krijgen te maken met collectief ontslag waarbij zij op grond van leeftijd en diensttijd een aanvulling ontvangen op de WW uitkering. Verder worden zij ondersteund bij het vinden van ander werk binnen of buiten KPN. De bekostiging van dit sociaal plan heeft plaatsgevonden door alle betrokken werknemers gedurende de periode 1 januari 2002 tot 1 januari 2004 geen loonsverhoging te geven. De top van KPN en het hogere management levert op een gelijke wijze salaris in. Werkgevers bij KPN Telecom krijgen, ter compensatie, opties in de onderneming die echter pas na 1 januari 2004 tot uitoefening komen.
De vermindering met ruim 4800 banen ligt op schema. KPN Telecom komt financieel enigszins op orde maar er is nog veel werk te verzetten om het bedrijf overeind en gezond te houden. De banken hebben KPN Telecom kredieten verstrekt waardoor KPN financieel meer ruimte heeft om haar gewone bedrijfsvoering te kunnen voortzetten.
Wekelijks is er overleg tussen de vakbonden en KPN Telecom over diverse voornemens van KPN om diverse bedrijfsonderdelen af te stoten of te verkopen. Inmiddels zijn zo ruim 10.000 werknemers naar andere ondernemingen en andere werkgevers over gegaan. Wel blijft op hen de CAO KPN tot 1 januari 2004 van toepassing waardoor deze werknemers geen loonsverbetering krijgen en pas eind 2003 geconfronteerd worden met mogelijke nadelige effecten van hun overgang naar een andere CAO. Dit leidt tot grote spanningen onder de betrokken werknemers en de vakbonden moeten heel veel moeite doen om hun leden er van te overtuigen dat de gemaakte afspraken verdedigbaar zijn.

De stemming onder het KPN personeel is redelijk negatief. Men vertrouwt het beleid van de top van KPN niet en maakt zich zorgen over de toekomst. Gezien ook de malaise in de telecomsector vraagt men zich af of KPN Telecom financieel sterk genoeg wordt om zelfstandig te overleven.
Call center activiteiten
In 2002 is KPN Call Center gefuseerd en verkocht aan SNT. SNT is een particuliere onderneming die in Nederland marktleider op dit gebied is. SNT breidt haar diensten uit naar andere landen in Europa. Zo is zij onder andere actief in Duitsland en Frankrijk. De samenvoeging van de beide ondernemingen heeft grote gevolgen voor de arbeidsvoorwaarden van de hierbij betrokken werknemers. Liefst 5 CAO’s moeten in elkaar gevlochten worden tot één nieuwe CAO waarbij het niveau van die arbeidsvoorwaarden ruim onder het huidige niveau ligt. Dat geeft grote commotie onder de betrokken werknemers en de daarover tot nu toe gevoerde onderhandelingen verlopen uiterst moeizaam en zullen zeker nog enkele maanden in beslag nemen. Ook de werkgelegenheid staat bij deze onderneming onder druk door de algemene malaise in de telecomsector. Van gedwongen ontslagen is nog geen sprake.
Den Haag, 19 juni 2002


Persmededeling
Europese Politie Unie – EPU: Veiligheid kent geen grenzen
Luxemburg, 20—VI—2002

De Europese politievakbond stelt eisen aan de Raadszitting van de Europese Unie in Sevilla
Europa staat onder zware migratiedruk, een druk die in komende jaren nog sterk zal toenemen. Om die reden is de beveiliging van de buitengrenzen van een groter wordende Europese Unie een essentiële pijler van het migratiebeleid van de EU. Het gaat om een verdeling van de lasten tussen de binnen- en de buitengrenzen van de Unie. Het zwaartepunt van het politiewerk moet op illegale immigratie gelegd worden, temeer omdat de georganiseerde misdaad door het misbruiken van de sociale noodsituatie van mensen met mensensmokkel, mensenhandel en handel in verdovende middelen enorme winsten opstrijkt. Europa moet opgejaagde mensen echter steeds een onderkomen bieden.
De Europese Politie Unie juicht hervormingen van de Europese politiediensten toe indien de vakbonden als vertegenwoordigers van de mensen op wie de hervorming van toepassing is, bij dat proces betrokken worden. In het voorbije decennium hebben vooral in Nederland, bij de Duitse grenspolitie als federale politie en in België grondige politiehervormingen plaatsgevonden. Vooral de agenten van de Duitse grenspolitie werden daarbij massaal getroffen door overplaatsingen tot meer dan honderd kilometer ver. In Frankrijk en Oostenrijk staan verregaande hervormingen van de gendarmerie en de politie voor de deur of wordt er reeds uitvoering aan gegeven. Alle hervormingsinspanningen moeten echter onder vrijwaring van de sociale belangen van de betrokken ambtenaren geleverd worden. Dat vereist dringend de betrokkenheid van de politiebonden. In elk geval moeten hervormingen echter duidelijkheid scheppen op het gebied van leiding en bevoegdheden.

De Europese Politie Unie – EPU verenigt politiebonden uit dertien Europese staten en maakt deel uit van de Europese Federatie van het Overheidspersoneel – EUROFEDOP, met zetel in Brussel, België. Voorzitter van de EPU is de Oostenrijker Hermann Feiner, zijn plaatsvervangers zijn de Fransman Jean-Claude Delage en de Duitser Knut Paul. Uitvoerend secretaris is de Nederlander Wim Groeneweg.
Voor bijkomende inlichtingen:
1) Hermann Feiner, EPU-voorzitter; GÖD-Presse, Tel.Nr.: +43/1/534-54/233 of 0664/501-39-56
2) Wim Groeneweg, ACP, Tel.Nr.: +31/33/495-28-88;
3) Knut Paul, Bundesgrenzschutz-Verband, Tel.Nr.: +49/30/446-78-721
4) Jean-Claude Delage, Alliance, Tel.Nr. : +33/1/44-76-96-70
5) Bert Van Caelenberg, Algemeen Secretaris van EUROFEDOP, Tel.Nr.: +32/2/230-38-65


Economisch en Sociaal Comité :
Bijeenkomst van 11/04/2002 over "Diensten van Algemeen Belang"

In opvolging van haar "Verslag aan de Europese Raad van Laken" (Com(2001) 598) vroeg de Europese Commissie aan het Economisch en Sociaal Comité (ESC) om een verkennend advies over diensten van algemeen belang in de Europese Unie op te stellen.
Vervolgens vond op 11 april ll. een bijeenkomst plaats van een ESC-studiegroep, met vertegenwoordigers van de werknemers, werkgevers en de Europese instellingen, waarop Eurofedop eveneens was uitgenodigd om haar standpunt naar voren te brengen. Vermits Eurofedop net haar 10de Statutair Congres had georganiseerd, waarop resoluties in verband met de toekomst van de openbare dienst waren aangenomen, waren de Eurofedop-afgevaardigden Bert Van Caelenberg, Wilhelm Gloss en Jean-Paul Devos goed uitgerust om zich van hun taak te kwijten. En hoewel de bijeenkomst van 11/04/2002 minder een vorm van geïnstitutionaliseerde dialoog was dan bijvoorbeeld de "trojka van de directeurs-generaal", kon de bijeenkomst in het ESC zeker bestempeld worden als een vorm van sociale dialoog voor de overheidsdiensten.
In zijn voorontwerp van advies was het ESC van oordeel dat diensten van algemeen belang een levensbelangrijke rol spelen in het dagelijkse leven van de burgers en één van de waarden zijn die aan het Europees sociaal model ten grondslag liggen. Bovendien werd aangegeven dat indien men wenst dat het politiek en economisch integratieproces in de Europese Unie zou worden voortgezet, een aantal maatregelen moeten worden genomen.

Deze maatregelen zijn o.a. benchmarking, een nauwere samenwerking, een duidelijk gedefinieerd wettelijk statuut en een nieuwe Kaderrichtlijn. Deze laatste in overeenkomst met de eis van Eurofedop voor een degelijk juridisch kader.
Er was consensus in de vergadering en vrijwel alle deelnemers gingen akkoord met de punten die door de Eurofedop-delegatie werden aangehaald. Enkel de vertegenwoordigers van het openbaar vervoer en de energie-industrie hadden nog steeds moeite met de verplichtingen van universele dienst. Tenslotte deed het ESC een oproep opdat de werknemers en hun vertegenwoordigers geraadpleegd zouden worden en hun bijdrage zouden kunnen leveren tot het moderniseringsproces van diensten van algemeen belang.
Deze bijeenkomst en het eindadvies van het ESC zouden de Commissie in staat moeten stellen om met het oog op de Intergouvernementele Conferentie van 2004 een aantal voorstellen te formuleren die ervoor moeten zorgen dat binnen de Europese wetgeving een degelijkere juridische basis voor de openbare diensten wordt vastgelegd. Alle nuttige documenten kunnen verkregen worden op het Eurofedop-secretariaat en meer informatie over het Economisch en Sociaal Comité is beschikbaar op de website www.esc.eu.int.


Eurofedop seminarie
Fredericia (Denemarken), 7-8-9 Februari 2002
Levenslang leren: rechten en plichten

Zo’n 100 deelnemers uit 17 Europese landen namen deel aan een seminar van de Europese Federatie van het Overheidspersoneel getiteld: "Levenslang leren als een voorwaarde voor kwaliteit in de openbare dienst". Vertegenwoordigers van de Europese instituties, Eurofedop afgevaardigden, werknemers en werkgevers probeerden op dit seminarie de talrijke initiatieven van de Europese Unie met betrekking tot levenslang leren in het kader van de openbare dienst te plaatsten.

De meeste sprekers erkenden dat levenslang leren voor iedereen nog lang geen realiteit is. Mevrouw Jensen, lid van het Europees Parlement (Denemarken) benadrukte dat het EP slechts beperkte invloed heeft op dit gebied aangezien de lidstaten autonoom zijn in hun vormingsbeleid.

Wat betreft de inhoud van vormingsprogramma’s concludeerden de deelnemers dat een balans gevonden moet worden gevonden tussen aan de ene kant de individuele behoefte voor persoonlijke ontwikkeling en aan de andere kant de behoeft van een organisatie voor hogere kwaliteit of stijgende productie. Daarom zijn de vaardigheden in de voortdurend veranderende kennismaatschappij veel breder en omvatten ze veel meer dan specifieke beroepsvaardigheden. De sociale dialoog is het meest doeltreffende instrument om deze balans vast te stellen en sociale uitsluiting tegen te gaan.

Hoewel meer investeringen in vorming ongetwijfeld zijn vereist, toonde het Deense Ministerie van Voedsel, Landbouw en Visserij aan dat ook organisatorische maatregelen zoals scholingsverlof of job-rotatie bijdragen aan een succesvolle implementatie van levenslang leren.

Nieuwe technologieën zoals eLearning kunnen mogelijkheden bieden voor interactieve, meer gepersonaliseerde en efficiënte vormen van opleiding, maar werkgevers moeten zich ook bewust zijn van de negatieve aspecten zoals bijvoorbeeld "isolering" die hiermee samenhangen.

Een specifiek probleem is de certificering van non-formele of informele vorming. Dit moet worden aangepakt op Europees niveau om van Europa werkelijk een kennismaatschappij zonder grenzen te maken. Daarnaast verzochten de deelnemers de Europese instituties om van Europa een kenniseconomie voor iedereen te maken en de lidstaten verder te stimuleren.

Tenslotte bedankte Dhr. Leo Pauwels, Voorzitter van EZA, de organisatie en de deelnemers. Verder benadrukte hij het belang van het EZA-netwerk en de onmisbare rol die deze organisatie vervuld in de vertegenwoordiging van de belangen van de werknemers in Europa.


Europees Parlement
Parlementaire Commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken

Op 14.01.2002 is er een herverdeling tot stand gekomen van alle in 1999 gekozen leden van het Europees Parlement die een specifieke functie vervulden. Het gaat om zeventien voorzitterschappen van beleidscommissies en vijftien zetels in het Presidium.
Het voorzitterschap van de Parlementaire Commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken werd na moeizaam overleg tussen fracties toegewezen aan Theo Bouwman (Groene Fractie Nederland).

Hij mag nu gedurende twee en een half jaar aan het sociale beleid van het Parlement leiding geven. Bouwman was voor zijn EP-lidmaatschap werkzaam in een adviesbureau voor invoering van nieuwe technologiën in bedrijven.
Wenst u meer te weten over Bouwman en de volledige samenstelling van deze Parlementaire Commissie: www.europarl.eu.int/committees/empl_home.htm


Europese Commissie/DG Werkgelegenheid en Sociale Zaken
"Liaison Forum"

Alhoewel de vergaderingen van hogergenoemd comité een strikt informeel karakter hebben, zijn de samenkomsten één van de fora waar de sectoriële partners elkaar ontmoeten.
Zowel werkgeversfederaties als vakbondscomités komen hier samen om in eerste instantie ingelicht te zijn over de algemene evoluties, maar ook over de specifieke punten voor de sectoriële sociale dialoog.
Aldus werd op 23/11 een voorstelling gegeven van het ontwerp van tussentijds verslag van de groep op hoog niveau in verband met de toekomstige ontwikkelingen op het gebied van de relaties tussen de sociale partners. Mevr. M.J. Rodriguez, voorzitster van de groep op hoog niveau, verklaarde zeer geïnteresseerd te zijn in het ontvangen van feedback in verband met de thema’s en onderwerpen de van belang zijn voor de sociale dialoog en de instrumenten die verband houden met de resultaten. Dat zij wel degelijk rekening gehouden heeft met de opmerkingen die wij formuleerden, bleek op de eerste vergadering van de groep opgericht in het protocol van Laken. Hier werd de vraag gesteld of de confederaties nu alleen mee aan tafel zitten. Hoe te verklaren dat de sectoriële dialoog als belangrijk wordt bestempeld en de onderhandelingen toch alleen met de confederaties worden georganiseerd.

Op de forumzitting van 28/01 stonden volgende punten aan de agenda. Resultaten van de Top van Laken en de Sociale Top met de Sociale Partners. Budgetlijn B3-4000 arbeidsverhoudingen en sociale dialoog. Oproep tot voorstellen voor 2002. Het uitbreidingsproces. Mogelijke medewerking van de sectoriële sociale partners in de vaststelling van tewerkstellingsgegevens in de verschillende sectoren.
Deze en vorige zittingen onder het voorzitterschap van Fay Devonic, Diensthoofd en bijgestaan door o.a. voor onze sectoren M. Barbedo Maria (Telecom), Carlos Lopes (Post), K. Devos (Openbare diensten), worden door Eurofedop opgevolgd en documentatie over onze acties en standpunten worden ter plaatse medegedeeld en overhandigd.
De volgende zitting heeft plaats op vrijdag 01 maart 2002, om 14.30 in Brussel


Het Eurofedop Congres bestudeert de evolutie in de openenbare dienst

De overheidsdiensten halen al verschillende jaren de voorpagina van het nieuws. Ze zijn al meer dan 50 jaar een logisch gevolg van de "verzorgingsstaat" en evolueren onder de opkomst van de liberale stroming die voortaan de drijvende kracht is achter het beleid van alle staten.
De noodzaak van deze diensten staat soms zelfs ter discussie, men vindt ze onvoldoende doeltreffend en zowel de politieke wereld als een deel van de bevolking vinden ze te duur. De waardering waarvan ze het voorwerp zijn, is die die overheerst in de handelssector waar de wetten van de concurrentie en van de beste prijs/kwaliteit verhouding gelden. We hebben hier te maken met een commercialisering van de overheidsdiensten waardoor we hun specifieke taken, namelijk hun sociale rol in een maatschappij die nog steeds ongelijk is, uit het oog verliezen. Doordat ze onophoudelijk vergeleken worden met de handelssector, worden ze blootgesteld aan de diepgaande hervormingen die opgelegd worden door de managementstrategieën uit die sector. De huidige evolutie heeft al verschillende keren aangetoond dat ze de belangen van de burgers niet diende.

Waar is de plaats van het personeel dat de overheidsdiensten draaiende moeten houden bij deze diepgaande veranderingen? Wordt het geraadpleegd bij de nodige veranderingen? Wordt het actief betrokken bij de talrijke audits van het beleid? Bestaat er een echte sociale dialoog tussen de verantwoordelijken van de overheidsdiensten en zij die belast zijn met de werking ervan? Als die vraag op nationaal niveau gesteld wordt, kan ze ook gesteld worden op het niveau van de Europese Unie omdat daar de dienstwerking en het personeelsbeleid worden besproken.
EUROFEDOP, het Europees vakverbond van het personeel van de overheidsdiensten, is voorstander van een pluralistisch syndicalisme en van een open dialoog met de overheid. Daarom heeft het beslist haar congres te wijden aan de discussie van die verschillende problemen en een duidelijk standpunt in te nemen.


EUROFEDOP bereidt zich vandaag in Luxemburg voor op haar toekomstcongres in maart 2002

Wenen (OTS) - "De toenemende globalisering is een belangrijk en positief proces dat op beslissende wijze bijdraagt aan de ontplooiing van de menselijke persoon en van de samenleving", stellen de voorzitter van Eurofedop, de Belg Guy Rasneur, en de voorzitter van de GÖD, Fritz Neugebauer, in zijn functie van vice-voorzitter van Eurofedop, vandaag in een gemeenschappelijke verklaring.
De internationale structuur van de grote bedrijven, die uitsluitend op maximalisering van de winsten gericht is, stelt de kernelementen van het menselijk leven in de politiek, de economie en de sociale solidariteit van de samenleving steeds meer en existentieel op de proef.
Als aanvulling op de economische toenadering, die de ontwikkeling van een duurzame en milieuvriendelijke groei mogelijk maakt, moeten de staten en supranationale instellingen ruimte voor sociale solidariteit scheppen. Tegenover de almacht van de markteconomie moeten duidelijke regels gesteld worden. Het recht op vorming, gezondheidszorg en culturele ontwikkeling alsook gewaarborgde veiligheid en de ongehinderde toegankelijkheid van de rechtspraak zijn basiselementen van democratie en de rechtsstaat. Aan die taak mag geen enkele gemeenschap zich onttrekken.

De Europese Federatie van Overheidspersoneel – Eurofedop werd in 1967 in Wenen opgericht als Europese deelorganisatie van de wereldomvattende Internationale Federatie van Overheidspersoneel – Infedop.
Eurofedop steunt vandaag op een efficiënt netwerk van 48 aangesloten bonden in Europa en neemt intensief deel aan de Europese sociale dialoog. Op haar 10de Congres, van 18 tot 20 maart 2002, zal Eurofedop niet alleen nieuwe strategieën voor de toekomst bepalen, maar ook een nieuw Bestuur kiezen.
Voor bijkomende informatie:
Bert van Caelenberg, secretaris-generaal
Montoyerstraat 39, B - 1000 Brussel
Tel.: 0032-2-230.38.65
Hermann Feiner, perswoordvoerder van de GÖD
Tel.: 0043-1-534.54-233


EUROFEDOP/ACOM CONGRES
30 mei tot en met 1 juni 2002

In samenwerking met de ACOM, CNV-bond van militairen (Nederland), organiseert de VZW Vorming en Informatie een driedaags congres met als thema de ontwikkeling van de sociale dialoog in een integrerend Europa bij de overheidsdiensten.
Dit centrale thema is onderverdeeld in een drietal sub-thema’s, waarin zal worden ingegaan op de stand van zaken van de sociale dialoog bij de overheidsdiensten binnen de EU alsmede de voortgang van de sectoriële sociale dialoog. Thans is uitsluitend binnen de sector Post en Telekom. sprake van deze dialoog tussen de Europese Werkgeversorganisaties en de Europese vakbonden, waaronder EUROFEDOP. Het is evident dat in andere overheidssectoren deze dialoog ook tot stand dient te komen.
Een ander belangwekkend en actueel thema is de verdere ontwikkeling van het Europees Veiligheid en Defensiebeleid. Zoals bekend moet in 2003 een Europese Defensie-identiteit tot stand komen. Bij dit vraagstuk zijn een aantal actoren betrokken, waarbij nationale versus internationale posities en belangen een grote rol spelen. Frappant in dit complexe vraagstuk is het gegeven dat de positie van het personeel dat deel uit moet gaan maken van deze beoogde defensie-identiteit nauwelijks onderwerp van gesprek is, althans in de optiek van de vakbonden van defensiepersoneel binnen EUROFEDOP.
Het derde thema behandelt de problematiek van de fundamentele grondrechten van het overheidspersoneel in de verschillende landen binnen de Europese Unie. Het is anno 2002 nog steeds realiteit dat er in een aantal Europese landen groepen overheidspersoneel niet beschikken over deze grondrechten als neergelegd in artikel 5 en 6 van het Europees Sociaal Handvest (ESH). In een democratisch Europa is dit in de visie van EUROFEDOP een gegeven dat niet te accepteren is.
Inleiders en sprekers op dit congres zijn de Minister van Defensie (NL), Werkgeversvertegenwoordigers, Politici (Nationale Parlementariërs en van het Europees Parlement), Functionarissen van Internationale organisaties en Vakbondsvertegenwoordigers.